Zondag 25 oktober 2020

Protestantse Gemeente Zaltbommel, bijeen in de Sint Maartenskerk

Preek Ds. T. Bouw bij Nehemia 7 : 72b-8:18 en Matteüs 22 : 34 – 40

 

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

 

Feest vieren.

Een feestje bouwen.

Samen komen, lekker eten en drinken en vrolijk zijn,

praten en lachen, zingen en dansen.

 

Maar nu even niet. Even geen tijd van feest vieren.

Juist feestjes blijken haarden van besmettingen.

De ernstige toename van de besmettingen

en alles wat dat met zich meebrengt aan ziekte en zorg,

aan angst en eenzaamheid,

aan onzekerheid over bestaan en inkomen;

en dus ook aan toename van besmettelijke ideeën en complottheorieën

en besmettelijk gedrag dat eerder splijt dan verbindt –

dat alles vraagt niet bepaald om een feestje.

Voor Sint en Kerst houden we ons hart vast.

 

Het lijkt erop dat we moeten wachten.

Wachten op andere betere tijden.

Tot deze crisis voorbij is.

 

Zoals de mensen in het boek Nehemia.

De grootste crisis is voorbij.

Ze zijn teruggekeerd uit ballingschap,

de stadsmuren zijn hersteld onder leiding van Nehemia

en alles verkeert in een sfeer van wederopbouw.

Geen wonder dat het tijd is voor een feestje!

Nou ja, feestje,

net als op de vele andere plekken in de Bijbel

wisten ze toen wel hoe dat moest

het gaat er zeer uitbundig aan toe.

Ja, als na crisis betere tijden aanbreken:

-weer kunnen los gaan, geen beperkingen meer-

als dat geen reden voor een feestje is!

 

Alhoewel.

Hoezo geen beperkingen meer?

Hoezo los gaan?

Het voltallige volk verzamelt zich, zeker,

maar om wat te doen?

Uren en uren lang stil te luisteren

naar het voorlezen van het wetboek.

Mannen en vrouwen en kinderen,

iedereen die het begrijpen kon.

 

Uren lang luisteren naar nota bene een wetboek.

Dat is toch niet te doen, dat is toch om te huilen?

En dat gebeurt ook,

de mensen barsten in tranen uit

toen zij de woorden van de wet hoorden.

 

Maar natuurlijk niet omdat zij het saai vonden,

het sloeg om een of andere reden in als een bom.

Welke reden wordt niet verteld

maar is wel te herleiden.

 

Want wat was dat wetboek nu eigenlijk?

De Joodse term daarvoor is Tora.

De concrete schriftelijke weergave daarvan kennen wij

als de vijf boeken van Mozes,

de eerste vijf boeken van de Bijbel.

Tora betekent iets als ‘leer, aanwijzing, onderwijzing’,

en dan moet je niet alleen denken aan

de inhoud van de leer,

maar ook aan het werkwoord leren,

het je toe-eigenen, het proces van onderwijzen.

Het is dus een gebeuren.

Een gebeuren waarin je uit de schat van de traditie

aanwijzingen zoekt voor het eigen leven.

Deze omgang met de Tora mag voor ons als voorbeeld

dienen voor onze omgang met de Bijbel.

 

 

Het is een gebeuren waarin er sprake is van

voorlezen, van studie en van uitleg,

maar altijd te midden van en in wisselwerking met

mannen en vrouwen en kinderen

die niet maar passieve ontvangende luisteraars zijn

maar actieve deelnemers in dit hele leerproces.

 

En wat is het doel van dat leerproces?

Wat moet eruit komen?

Kort samengevat:

liefdevol en goed leven

met God en met elkaar.

Kort samengevat door Jezus:

heb God lief en je naaste als je zelf.

 

En soms zijn er van die verhalen en teksten

uit de Bijbel die dan inslaan als een bom,

omdat ze ook iets bij je bloot kunnen leggen

wat je achteraf gezien zo heel anders had moeten doen.

Waarschijnlijk gebeurde zoiets bij het verzamelde volk.

Komend uit de ballingschap

kwamen vooral die woorden vast hard binnen

waarin ze keer op keer werden gewaarschuwd:

als je niet leeft volgens de richtlijnen

die tot het goede leven leiden

dan richt je jezelf te gronde

kom je als vanzelf in woestijn en ballingschap.

Dat is precies wat er gebeurd is

en dan komen de tranen

tranen van berouw en van spijt en van onomkeerbare feiten.

 

Wat een effect hebben de woorden.

Daar kan menig preker en spreker jaloers op zijn!

Is er een betere voedingsbodem voor bekering,

voor ander en beter gedrag, dan dit soort berouw en spijt?

Nu benadrukken dat ze zich voortaan wél

aan de regels van de Tora moeten houden.

Nu even doorpakken!

 

Maar dat gebeurt niet, verrassend genoeg.

Integendeel, het lijkt wel of de sprekers en schriftuitleggers

schrikken van het massale gehuil en collectieve rouwbetoon.

Dát is niet de bedoeling!

 

Waarom niet?

Waarom niet deze vrijgekomen energie als veranderkracht gebruiken?

Omdat, zo wordt kernachtig in vers 10 gezegd:

“de vreugde die de Heer geeft, is uw kracht.”

 

De vreugde die de Heer geeft,

dat is jullie kracht.

Eigenlijk weten we dat ook wel uit het gewone leven

beter vanuit frisse zin dan vanuit tegenzin,

beter vanuit motivatie dan uit dwang,

en zo is het ook in geloof.

De Tora, de aanwijzing door God is niet bedoeld als last,

ze is een geschenk dat de mogelijkheid opent voor een goed leven.

En uitbundige vreugde, dat is de juiste reactie daarop.

De mensen huilen van spijt en wroeging,

maar ze krijgen de opdracht (!)

zich te verheugen en een groot feest te vieren.

Het wordt geboden:

“Maak een feestmaal klaar met lekker eten en drinken,

en deel ervan uit aan wie niets heeft.”

 

Dat is geen gebod om de schaduwzijde van de eigen geschiedenis te vergeten,

hoe zou dat mogen.

Dat is geen verbod op verdriet voelen, hoe zou dat kunnen.

Nee, de vreugde komt over de mensen,

juist omdat hun bij alle droefenis de mogelijkheid

voor een nieuw leven gegeven wordt.

Dat is de bedoeling van het telkens opnieuw horen

van de aanwijzingen van God

van Tora en van heel de Bijbel:

er wordt een andere nieuwe wereld geschetst

er wordt een andere nieuwe weg geopend

altijd weer, wat er ook gebeurt.

 

Daaruit vloeit een ongekende vreugde voort

die persoonlijk lang niet altijd voelbaar is,

maar die wel geboden is aan de gemeenschap van mensen.

Het is een vreugde die je misschien niet kunt begrijpen,

maar wel kunt voelen,

of wel kunt voelen, maar niet begrijpen.

 

Dat is precies waarom geloven, net als feesten,  in je eentje zo moeilijk is

en waarom samen vieren en samen feest vieren ook voor het geloofsleven

zo belangrijk is :

je bent er met huid en haar erbij betrokken,

geestelijk, lichamelijk, persoonlijk en sociaal.

 

Hoe verdrietig en onzeker ook de tijd

hoeveel beperkingen we ook kennen

hoezeer we onze feestjes missen:

het openen van de Bijbel

wil dus altijd ten diepste dat oproepen: vreugde.

 

Dat is dus iets anders

dan van elke tekst vrolijk worden

of als altijd blije Bijbellezer door het leven gaan.

Het is wel weten

dat je wat er ook gebeurt

geborgen bent bij een God die van je houdt;

en dat die God

door oude mooie en minder mooie

woorden van mensen

nog altijd tot ons spreekt;

dat die woorden een wereld voor ons doen opengaan

een wereld waarin het goed toeven is

en waar we leven in verbinding

met de natuur en met elkaar.

 

Nederlandse calvinisten zijn van huis uit

niet zulke feestvierders

maar laten we nooit aankomen

met de drogreden dat feest vieren

niet Bijbels zou zijn!

Hoeveel krachten ook negatief op ons werken

de vreugde over de Heer is ónze kracht.

Dat geeft een zekere onafhankelijkheid en vrijheid

en de kunst om het leven te vieren.

 

Op dit moment even niet met grootse bijeenkomsten

helaas ook niet met goed gevulde kerkdiensten

laat staan met samen koffiedrinken,

maar er blijft genoeg over om als mens te doen.

Vier het leven en de liefde:

zorg goed voor elkaar en voor jezelf,

geniet van de natuur of van een goed boek,

gebruik de moderne middelen.

kijk niet naar wat allemaal niet kan

maar wat allemaal nog wel kan,

én

veroordeel jezelf niet als dat niet lukt.

 

Maar in geloof houden we eraan vast:

wie vreugde en vrijheid weet te vieren

juist in tijden van verdriet en beperking

is geen domme gans,

maar weet juist iets van ware wijsheid!

 

Amen