Preek Ds. T. Bouw bij Psalm 57

gehouden in de dienst op 31 december 2020

waarin de gestorvenen herdacht zijn.

 

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

 

Al lacht het leven ons toe al bekijken we alles van de zonnige zijde toch is daar altijd onontkoombaar aanwezig de schaduwzijde.

Zon en schaduw ze zijn onafscheidelijk. En wie afscheid heeft moeten nemen van een innig geliefde weet alles van dat land van de schaduw.

Over alles ligt een grauwsluier niets lijkt meer zonnig niets heeft meer kleur.


In je eigen schaduwland 
zit je opgesloten in je eigen lockdown met verbazing of ontzetting kijk je naar die wereld daarbuiten

waar alles weliswaar niet normaal is maar toch ook gewoon doorgaat. 

Ieder van ons ervaart vroeger of later dat een mensenleven zelf vervliegt  vervaagt als een schaduw.   

Sommigen worden genadeloos verbannen naar het schemergebied weten niet meer waar ze zijn kennen hun geliefden niet meer.

 

En hoe pijnlijk is het om hem of haar te zien aftakelen, interen, geen schaduw geen schim meer van wie hij of zij ooit was.

En dan soms eindelijk is iemand dan gegaan, voorgoed, soms overheerst dan opluchting

en soms kun je het nog zo hebben dat je haar of zijn aanwezigheid bespeurt bijna aanraakbaar, vertrouwd als een schaduw aan je zijde.

 

Hij is je wachter je schaduw aan je rechterhand vertelt Psalm 121.

De dichter ervaart de aanwezigheid van zijn God op die wijze bijna aanraakbaar vertrouwd. Rakelings nabij als een schaduw aan je zij.

 

Schaduw vertelt dus niet alleen van duisternis, schaduw is dus niet alleen iets om voor te huiveren.

‘’in de schaduw van uw vleugels zal ik schuilen’ zegt die andere Psalm, 57,  met duidelijke vreugde.

Voor de mensen uit het midden oosten niet zo vreemd voor ons alleen voorstelbaar op hete zomerdagen. Dan voelen we pas echt dat schaduw

bescherming 
en beschutting betekent. Tegen de stekende zon met zijn droogte en schraalte.

 

Droog en schraal als het leven zelf zijn kan

je sleept je voort door de dag en door de week, schraal en onbeschermd. Je gevoelens liggen aan de oppervlakte

om het minste of geringste word je boos staat het huilen je nader dan het lachen en dan de woorden

en opmerkingen van mensen om je heen.

Als in de Psalm:   hun tanden zijn speren en pijlen,  hun tong als een geslepen zwaard

zo pijnlijk kan dat alles je treffen ook al weet je dat men ook maar goedbedoeld wat zoekt naar wat te zeggen.

 

Je kunt je ook verward voelen en dwalend als in een eindeloze woestijn.

Want je herinnering aan jouw gestorvene kent misschien zo’n scherpe rand zo’n donkere schaduwzijde en onbarmhartig houden je gevoelens van

onbehagen of schuld je in hun greep. J
e doolt rusteloos rond of zit erbij als een dood vogeltje.

 

Als een klein vogeltje onder de beschermende schaduw van de vleugels van God, zeggen de Psalmdichters.

Kom maar bij mij, schuil maar, en maak je in mijn schaduw maar even onzichtbaar.

 

Niet alleen God  ook mensen kunnen elkaar tot een schaduw zijn. Een schaduw zegt weinig doet weinig maar is er gewoon.

Trouw blijven geduld oefenen beschermen tegen te scherpe steken.

Dan zijn en komen er ook weer andere tijden. Het is alsof je ziel weer langzaam ontwaakt - ook in schaduwland blijkt de zon weer op te gaan

al is het soms maar heel even. En in je eigen schaduwland blijk je het morgenrood min of meer ook zelf te kunnen wekken.

 

De psalmdichter geeft hiervoor een recept.  Een eeuwenoud recept om de schaduwen te verdrijven.

 

Ik wil voor u zingen

en voor u spelen,

ontwaak, mijn ziel,

ontwaak met harp en lier

ik wil het morgenrood wekken.

 

Zang en muziek een eeuwenoud recept om het uit te houden in schaduwland. Wie zelf graag zingt of musiceert  en dat samen te doen 

nu ook zo mist  kan zich daar vast van alles bij voorstellen. Maar ook wie niet zo’n liefhebber is weet dat het in geloof

van grote waarde is en kan zijn. Want zang en muziek vertellen op eigen wijze van de komst van het Licht

en van een God die dat Licht laat schijnen. Niet voor niets klinkt er bijna altijd muziek als wij iemand uitdragen of iemand begeleiden

op haar of zijn laatste reis van de schaduwen naar het Licht.

 

Niet voor niets kan het donker verbleken

door Psalmen  in de nacht

of is er het lied op andere lippen

dat draagt door de nacht.

En hopelijk komt er dan toch weer zo’n dag dat de liefdevolle aanwezigheid van God merkbaar is als een schaduw aan je zijde.

 

Deze schaduw is niet onherkenbaar maar vertrouwd als een geliefde

het silhouet heeft een omtrek die je bekend voorkomt.

In geloof zeggen we dat God als Schaduw aan onze zijde

ook een herkenbare omtrek heeft.

De  omtrek van Hem die onder ons is komen wonen, Jezus Zoon van mensen Zoon van God

 

Hij deelde ons leven in schaduwland maar  wierp tegelijkertijd Zijn schaduw vooruit door Licht der Wereld te zijn.

En nog maar net geleden, op Kerst, vertelden we elkaar al zingend en musicerend dat het licht nooit zal worden opgeslokt door het duister,

dat het Licht van Gods liefde alles in de schaduw zal stellen.   

Amen