Zondag 24 januari 2021

Protestantse Gemeente Zaltbommel

Preek ds. T. Bouw bij Matteüs 4 : 12 - 22

 

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

 

“Hij roept ook ons,

roept jou en mij…”

 

Nou als dat zou kunnen.

Geef mij zo’n duidelijke stem als toen, zo lang geleden,

bij Petrus en Andreas, Jakobus en Johannes.

Gewone mensen

die opeens van Gods stem hun dagelijks werk gingen maken.

Blijkbaar horen ze in Jezus’ oproep

een stem als uit de hemel klinken e

en daarom aarzelen ze geen ogenblik.

 

Interessant.

Zeker. Maar meer dan een interessant weetje

over hoe Jezus aan zijn leerlingen kwam.

Want juist bij Matteus is het een terugkerend refrein:

leerlingen zijn we allemaal.

Is een ieder die vroeger of later de stem van Jezus heeft vernomen,

hoe zwak ook.

Dus hebben wij meer met die visser-apostelen te maken dan wij denken.

De vissers worden geroepen.

Bij hun Naam.

In de bijbel worden mensen nooit zomaar aangesproken.

 Ik voel me geroepen…zeggen wij ook nog wel,

 maar dan komt er altijd iets achteraan.

 Ik voel me geroepen om te gaan kijken, of om te helpen of dit werk te gaan doen of wat dan ook.

 Als God roept komt er ook altijd iets achteraan.

Je wordt geroepen met een bepaald doel of vooruitzicht.

Gericht op de toekomst.

 

Zo worden ook onze vissers niet weggeroepen voor een of ander onderonsje. Ze krijgen direct het doel van hun roeping van Jezus te horen.

Ze worden geroepen om…vissers van ménsen te worden.

 Dat klinkt eigenlijk best dreigend:

 want vis gevangen uit het water gaat dood.

Maar hier, hier betekent mensen vissen iets moois.

Het is namelijk dat Jézus het zegt.

 

 

Matteus is in deze eerste hoofdstukken

nog helemaal bezig die Jezus te introduceren.

Hij is geboren, gedoopt in de Jordaan,

heeft met de duivel en zichzelf gestreden in de woestijn

en nu is de volgende scene aangebroken.

Jezus zelf heeft zijn mond nog nauwelijks opengedaan

en je zou verwachten dat hij eerst predikend en genezend

 een trip door het land zou gaan maken.

Of gauw naar de hoofdstad Jeruzalem om zichzelf te presenteren. 

Maar nee,

zijn allereerste daad voert hem, bij Matteüs althans,

naar het achtergebleven gebied bij Kapernaum,

zijn allereerste daad is het roepen van deze vissers.

Zij worden Jezus’ leerlingen,

al weten ze waarschijnlijk meer van vis dan van de bijbel.

 

En zo’n verhaallijn is in het evangelie nooit een toevalligheid.

Blijkbaar is dat hoe God wil werken.

Hij heeft zijn Zoon geroepen, maar die kan het blijkbaar ook niet alleen.

God heeft mensen nodig.

 Het doet er toe hoe jij leeft.

God roept mensen om rechtvaardig en trouw te zijn. 

En vandaag doet Jezus dat.

Hij vist deze vissers op bij het meer van Galilea

en op hun beurt zullen zij mensen gaan vissen.

 

En van die Jezus mogen we de kunst van dit vissen afkijken.

Mensen die verloren rondzwemmen

 in de diepste duisternis van het bestaan brengt hij naar boven.

Zodat er weer licht schijnt in hun bestaan.

Die belofte daar gaat het om:

“het volk dat in duisternis leefde, zag een schitterend licht,

en zij die woonden in de schaduw van de dood

werden door het licht beschenen.”

Mensen die in grote ademnood verkeren vist hij op zodat ze weer lucht krijgen. Mensen die dreigen te verdrinken geeft hij weer vaste grond onder de voeten. Mensen voor wie het zicht op God is vertroebeld,

vertelt hij van het Koninkrijk van God.

Kom, zegt Jezus. Ook vandaag.

Kom met mij mee en help mij

om zo mensen op te vissen en boven water te helpen.

 

Roeping is niets meer en niets minder

dan die stem horen en toelaten in je leven.

Of je nou van die stem van God je dagelijks werk hebt mogen maken of niet.

Deze roepstem klinkt tot al zijn leerlingen,

tot zoekers en vinders,

tot fervente en incidentele kerkgangers,

tot denkers en doeners,

tot zijn héle gemeente en tot de gemeente in zijn geheel.

Het is : met zijn allen.

 

Is roeping dan geen persoonlijke zaak?

Zeker wel.

Niet voor niets worden de vissers bij hun eigen naam,

heel persoonlijk, geroepen.

Maar ze worden wel direct in groepsverband aan het werk gezet.

Ook wij worden persoonlijk aangesproken,

maar zijn als individuen altijd opgenomen

in het grotere geheel van de gemeenschap van God en mensen.

Geroepen word je persoonlijk,

maar je staat er niet in je eentje voor.

Dus: als je denkt,

 ik hoor even helemaal geen stem van God

en van roeping weet ik niets meer,

dan zijn er mensen om je heen die iets anders horen.

En als je denkt: ik heb even geen kracht om zelf te vissen,

ik voel me wegzinken in het moerassige water van mijn huidig bestaan,

dan mogen er anderen zijn om je op te vissen en op het droge te helpen.

 

 

 

 

 

Het is dus helpend om rustig en geduldig vol en vast te houden.

Maar evenzeer om los te laten. Dat moest zelfs.

 

 

De vissers laten hun netten achter, zo staat er.

Hun netten en daarmee alles wat hun tot nu toe zekerheid bood:

brood op de plank, collega’s, een wijze van bestaan.

 

Dit los- en achterlaten gaat voor sommigen heel ver.

Zo ver dat er sprake is van opoffering, van pijn lijden.

Die pijn voel ik in dat ene zinnetje:

‘ze lieten het schip met hun vader achter en volgden Hem..’.

Je vader achterlaten, je zoons zien gaan.

Zo pijnlijk zal het niet voor iedereen zijn,

maar loslaten daar zijn er maar weinigen vanzelf goed in.

En wat zijn bij ons, bij mij, bij u en bij jou,  die netten ?

Netten die ons zo gevangen houden

dat we niet toekomen aan ónze roeping

Jezus na te volgen

vissers van mensen te worden

aan het licht te brengen

wat en wie in het donker gevangen zit?

 

Wat houdt ons tegen?

Wat houdt ons vast?

Wat laten we zo moeilijk los?

Waardoor blijven we in het donker staan wachten?

 

Dat kunnen nare verstikkende netten zijn

maar ook fijne vertrouwde,

dat wat ons zekerheid en veiligheid biedt.

Soms denk je

dat je daar of daar écht niet zonder kunt.

Maar dit verhaal leert ons

helpt ons:

er komt altijd een nieuwe weg

er wacht altijd een nieuwe dag.

 

 

 

Zie

de zon is opgekomen

een stralend licht

dageraad

morgenrood

ochtendgloren

 

een nieuwe dag

met nieuwe kansen

 

Laat je netten achter

en volg mij.

Amen