Protestantse Gemeente Zaltbommel

Zondag 20 juni 2021.  Preek Ds. T. Bouw bij Handelingen 6 – 8

 

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

 

Een liedje:

 

Jij mag het nu wel weten
Wat ik nog niemand heb verteld
Mijn papa is geweldig
Mijn papa, hij is een held

 

zo klonk het in sesamstraat,

dat tv programma

waar je als verantwoorde ouders

nog altijd goed mee voor de dag komt..

 

Mijn papa is een held!

En vooruit, vandaag, op vaderdag mag het even,

-als je maar niet vergeet

dat moeders net zo goed helden zijn-

 

Een held als je grote voorbeeld.

Want daar zijn het helden voor.

Ook de kerk kent zo zijn helden.

Neem Paulus!

Bekend van zijn rondreizen en brieven.

Nu zijn de meningen over hem eerlijk gezegd nogal verdeeld.

En zijn optreden begint in ieder geval weinig heldhaftig.

 

Als instemmende toeschouwer kijkt hij toe

hoe Stefanus op een gruwelijke manier

aan zijn einde komt.

Als er al een held is in dit verhaal

is het deze Stefanus.

 

 

 

 

 

 

Maar of we daar nou een voorbeeld

aan willen nemen?

Eerlijk gezegd heb ik er vroeger best van gesmuld:

de verhalen over de zingende gelovigen op de brandstapels van de inquisitie, de verhalen over de zendelingen die al biddend met gekliefd hoofd het leven lieten. Die roem, die eer, die spanning!

Maar nu? Ik weet het niet.

Gaat het dan niet om het leven hier en nu, op deze aarde,

met de mensen die jou gegeven zijn?

Mogen je eigen geloofsovertuigingen zó belangrijk zijn

dat je ieder risico uit het oog verliest?

Ja, bij de oude verhalen ga ik steeds meer ongemakkelijk schuiven.

En bij nieuwe martelaren voor het geloof zie ik alleen nog plaatjes voor me van mensen met fanatieke blikken en behangen met bommen

of doorgedraaide moordenaars die zichzelf tot held

hebben uitgeroepen in een virtueel verhaal.

 

Wat eerlijk gezegd ook niet meehelpt is dat die Stefanus

wel héel heldhaftig is.

Vol van genade en kracht, doet grote wonderen en tekenen,

spreekt met wijsheid, is onverslaanbaar in het dispuut,

ziet zo rechtstreeks de hemel in,

geeft vol vertrouwen zijn Geest in Jezus' handen

en bidt ook nog even voor wie hem doden...

Van Jezus wist je tenminste nog dat hij

kwáad kon worden, bang kon zijn, verdriet kon hebben, maar Stefanus?

En o ja, spreken in het openbaar kon hij ook nog.

Al was hij zo lang van stof dat u blij mag zijn

dat ik die toespraak uit de schriftlezing had weggelaten.

 

Bij de voorbereiding ontkwam ik er als goed opgeleide dominee

natuurlijk niet aan me tóch over die toespraak te buigen.

Het zou wel weer zo’n typisch persoonlijk getuigenisverhaal zijn

met een hoog Jezus-gehalte, zo dacht ik.

Maar nee!

Het gaat niet over hem zelf, zelfs niet over Jezus.

Het gaat over Abraham, over Jozef, over Mozes.

Over waar zij voor stonden,

én vooral over wie er tegen hen op stonden.

 

En op het moment dat wij denken: waar gaat dit heen,

begrijp je uit de woedende reacties dat zijn hoorders

dat allang hebben begrepen.

Stefanus zet Jezus in die lange rij van profeten van de God van Israël

die mensen opriepen God te dienen

en hun leven in dienst te zetten van zijn wet.

Stefanus zet daarmee de opponenten van Jezus

 in de lange rij van mensen die daar niet áan willen.

Hij draait de rollen om:

zijn tegenstanders zet hij in de beklaagdenbank,

samen met de broers die Jozef in de put wierpen,

samen met die volksgenoten die tegen Mozes opstonden.

Nou, van die truc zijn ze niet gediend;

Stefanus' lot is bezegeld;

de mensen worden opgehitst, hij verdwijnt van het toneel.

 

Maar voor ons komt hij juist meer in beeld,

wordt hij een stuk interessanter.

Want waarom spreekt iemand

wiens geloof getekend is door een zeer hoog ''Jezus-gehalte”

over Jozef en over Mozes?

Omdat wij Jezus blijkbaar niet goed kennen

als wij zijn profetische voorlopers niet kennen.

Omdat Jezus, onmiskenbaar uniek in zijn soort,

 tegelijk onderdeel uitmaakt van een lange keten van mensen

die getuigen van Gods aanwezigheid in onze wereld.

Stefanus ziet zijn Jezus in Jozef terug:

 in hoe hij bij hongersnood brood deelde aan velen;

hoe hij leven mogelijk maakte voor zijn eigen broeders en zusters,

maar ook voor Egypte, het land waarin hij moest wonen.

Stefanus ziet zijn Jezus in Mozes terug:

hoe hij zijn volk voorging op de weg door de woestijn van het leven

hoe hij zijn volk leerde hoe samen te leven in vrede en vrijheid.

Voor het geloof in dat alles, dat alles waar Jezus,

meer nog dan Mozes en Jozef voor stond en voor staat,

is Stefanus bereid te sterven.

 

 

 

Sterven voor je geloof :

in Stefanus' optiek direct ook blijk van waarachtig-mens-zijn.

Mens-zijn zoals hij dat heeft leren kennen in Jezus van Nazareth,

de Rechtvaardige zoals hij hem juist hier noemt.

 

De aanklacht tegen Stefanus, de valse getuigen,

de woede van de mensen, de overgave aan God,

het gebed voor zijn vijanden..

alles doet denken aan de weg van Jezus.

Jezus die als messias onder ons verkeerde,

 juist door volstrekt dienstbaar te zijn.

Door woord en daad bij elkaar te houden.

Door vol overgave de daad bij het woord te voegen.

 

Jezus kennende is het dan ook eigenlijk geen toeval

dat zijn eerste martelaar, deze Stefanus,

géen prediker of apostel was,

géén evangelist of zendeling,

maar diaken, belast met de concrete praktische

zorg voor behoeftige mensen.

 

Want voor God gaat het samen op:

in Hem geloven én je houden aan zijn regels voor het leven.

Voor Jezus ging het samen op:

zijn liefde voor Zijn Vader én zijn liefde voor mensen.

En voor Stefanus bleek het de moeite waard om voor te sterven,

begaan met God én begaan met mensen.

Ontroerend hoe hij Jezus ziet stáan naast God :

-niet meer liggend als het lam, niet zittend als een vorst,

maar als de opgestane staat hij Stefanus bij in zijn lijden-

Ontroerend hoe  Stefanus aan zijn einde komt :

-hij valt niet dood, hij sterft niet, crepeert niet, bezwijkt niet,

nee, hij ontslaapt, staat er.

Hij slaapt in, om wakker te mogen worden aan de zijde van zijn Heer-.

Inderdaad, een hoog ‘’Jezusgehalte”, en dat is volkomen terecht.

 

Vriend Saulus zal dan ook eerst deze Jezus moeten leren kennen

voordat hij  als Paulus een goede ijveraar voor het geloof kan worden

en – zo vertelt althans de traditie- als martelaar zal sterven.

 

Nee, het past niet meer zo bij ons, de verering van martelaars.

Bovendien vallen veel zogenaamde helden terecht van hun voetstuk

en zijn wij sowieso niet zo van het dwepen met helden en idolen.

 

Maar de vraag is of wij ons dat kunnen permitteren.

Want als wij mensen die bereid zijn te sterven voor de goede zaak

niet meer vereren

hoe zit het dan met ónze bereidheid te vechten voor die goede zaak?

Als wij niet meer geloven in mensen

die bereid zijn te sterven voor leven zoals God bedoeld heeft

geloven wij dan eigenlijk nog wel in dat leven?

Als wij mensen die bereid waren hun liefste bezit op te offeren

niet meer op een voetstuk zetten

hoe staat het dan met onze

eigen kleine offerbereidheid?

Als er geen mensen meer zijn die

in hun liefde voor mensen

en voor de mensheid

tot het uiterste willen gaan,

hoe zouden wij de ware liefde

kunnen verstaan?

 

En dus blijven ook onze kinderen

ze nodig hebben

goede aansprekende voorbeelden

helden en heldinnen

uit heden en verleden

uit tijden van oorlog

en tijden van vrede

uit films en uit boeken

én uit de Bijbel -

om nooit te vergeten

waar het God

in dit leven om begonnen is!

 

 

 

 

 

 

Onze kinderen zullen

net als in het liedje van Sesamstraat

heus ook gaan ontdekken

dat papa’s en ook mama’s

vaak helden

op sokken blijken te zijn.

Gewone mensen

vaak zo bezorgd en bang

vooral als het om jou,

hun kind gaat.

 

Maar ook helden op sokken

kunnen kinderen leren

waar het op aan komt,

kunnen laten zien

waar het ten diepste

altijd weer op neer komt

ook die papa uit dat grappige kinderliedje:

 

 

 


Jij mag het nu wel weten
Wat ik nog niemand heb verteld
Mijn papa is geweldig
Mijn papa, hij is een held

Want mijn papa was geen ridder
Maar hij had wel ooit een paard
En de schoffel uit de moestuin
Die gebruikte hij als zwaard

Zo trok hij door het land
En zocht een lieve mooie vrouw
Maar iedereen moest lachen
Niemand die hem hebben wou

Tot hij mijn mama redde 
Uit de klauwen van een draak
Hij sloeg hem met zijn schoffel
WAM! In één keer was het raak

Mijn mama vond hem dapper
En ze zei: “Ik trouw met jou!”
Dat vond mijn papa heerlijk
Want hij zocht toch net een vrouw

 

En zo komt het altijd weer

op liefde neer…   

Niet de eer

niet de roem

niet de spanning

maar toewijding

liefde tot het uiterste

dat is de drijfveer

van échte helden!                                                                      

 

 

Amen