Zondag 4 juli 2021.  Protestantse Gemeente Zaltbommel.

Preek ds T. Bouw bij Ezechiël 47 : 1 - 12

 

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

 

De man met de meetstok.

Ezechiël wordt rondgeleid door een man met een meetstok.

Het gaat hoofdstukken lang door.

Een man met een meetstok

die nauwkeurig en gedetailleerd alles

van tempel en tempeldienst in kaart brengt.

 

En waar zouden we zijn zonder zulke mensen?

Mensen die ons wijzen op het belang van

afmetingen en maten

feiten en gegevenheden

cijfers en getallen

orde en regels.

 

In de kerk erkennen we in ieder geval

het belang ervan

we hebben niet voor niets

een kerkorde en regelingen

rentmeesters en kerkrentmeesters

penningmeesters en beheerders.

Dat beschermt ons

en dat behoedt ons voor bouwen

op drijfzand.

 

Ja, waar zouden we zijn zonder man of vrouw met de meetstok?

Ezechiël wordt er in ieder geval heel blij van.

Als priester is hij als geen ander ingeleid

in alle tradities en gebruiken

ordeningen en regelingen

die er nodig zijn om de tempel

en de tempeldienst te onderhouden

als huis waar God kan wonen

onder de mensen.

 

 

Als priester wordt hij blij van

de ellenlange nauwkeurige beschrijving

het is als een virtuele 3D tour

waardoor hij vast in de tempel rond mag dwalen.

 

De kans dat hij dat ook in het echt gaat doen

is echter bijzonder klein.

Er is geen tempel meer.

 

De historische achtergrond van Ezechiël

is namelijk de zogenaamde Babylonische ballingschap.

Jeruzalem, de heilige stad met de heilige tempel

is verwoest

en een deel van de bevolking is door de vijand

meegevoerd.

In een vreemde omgeving met een vreemde taal

vreemde gebruiken en vreemde goden

moeten de ballingen zichzelf herpakken.

 

En dan staan er altijd mensen op

die daarin voorgaan.

Ezechiël is er een van.

Als priester opgeleid, profeet geworden.

Hij heeft een harde les moeten leren

en een harde les moeten vertellen.

De feitelijk aanwezigheid van de tempel

hoe netjes en reglementair

ook onderhouden

bleek geen garantie voor voortbestaan

geen verzekering tegen ontmanteling.

 

Sterker nog:

als je keurig binnen de lijntjes blijft

regels en wetten uit je hoofd kent

elke dag je godsdienstige plichten doet

maar … geen oog hebt voor onrecht

weduwen en wezen en vreemdelingen uitbuit

armen armer laat worden en rijken steeds rijker

geen oog hebt voor de wereld om je heen

dan roep je het onheil over de ander en jezelf af.

Een harde les

voor hardnekkige mensen

van alle tijden

die zich vastklampen

aan instituten en bouwwerken, afspraken en regels,

met altijd het gevaar

te laat te hebben gezien

dat het hart is verdwenen

de ziel er uit is

en de geest uit de fles

 

Het is niet voor niets een terugkerend refrein in de Bijbel.

De tempel wordt er bejubeld

maar ook gerelativeerd.

Jezus zelf doet daar aan mee.

Als Jood houdt hij zielsveel van de tempel

komt hij graag in de tempel

zoekt hij in de tempel naar God zijn Vader

maar is hij de eerste om

die tempel ook onder kritiek te stellen

en te relativeren.

Hij heeft zelfs de euvele moed

zichzelf met de tempel te vergelijken

een huis waarin God wil wonen.

 

Een  harde les

maar ook een mooie les

want al verdwijnt het huis van God

God wil wel blijven wonen

onder de  mensen.

 

Dát is wat Ezechiël ook heeft geleerd

tijdens zijn ballingschap

met het verdwijnen van de tempel

is niet God zelf verdwenen.

Hij blijkt mee getrokken te zijn

in de harten van de ballingen

in de gemeenschap van mensen

dat is een ander soort tempel

een soort dependance van het centrale heiligdom in Jeruzalem.

Wat zal het voor Ezechiël,

voor een priester

die zich zo verwant voelt

met de man met de meetstok

een weg zijn geweest

om dít ongrijpbare

en onmeetbare aanwezig zijn

van God óok te omarmen.

 

Maar hij doet het.

Hij weet in één persoon

op intense wijze een profetische roeping

en priesterlijke scholing te verbinden.

Zijn werkelijkheidszin wordt gevoed door

de vaste normen en waarden van de priesterlijke overlevering,

maar evenzeer of misschien wel vooral

door inspiratie en toekomstvisie

aangereikt en verbeeld in visioenen.

 

Zoals bij een visionair nog altijd gebeurt

worden we verplaatst naar andere sferen

waar je uitgenodigd wordt te zien en te doorzien.

Je leert er onder ogen te zien

je leert er met andere ogen te zien.

Je ziet het nú, het heden glashelder, hoe pijnlijk ook,

en je ziet waar het naar toe gaat en toe moet gaan

in de toekomst. 

Er is altijd hoop.

 

In het visioen van vandaag komt dat op

een prachtige manier tot een hoogtepunt.

Ezechiël krijgt een uitgebreide rondleiding

door de nieuwe tempel van de toekomst.

Want ja, die gáat er gelukkig wel weer komen!

 

De vreugde van de herkenning

van het hernieuwd mogen betreden

van wat oud en vertrouwd is

zal groot zijn geweest.

 

Maar dan ziet hij iets verrassends.

Iets nieuws.

Iets ongedachts.

Er gaat iets stromen

iets stralen en tintelen

niet te meten

niet te bevatten

 

uit het hart van de tempel

ontspringt een rivier

en niet zomaar een

een rivier van leven

woestijn wordt oase

op  de oevers

bomen vol vruchten

dode zee

wordt levend water

met vissen in overvloed

nieuwe schepping

tot zover het oog reikt

 

Dat zie je dus

als je leert met andere ogen te kijken:

dat God wil wonen onder mensen

betékent iets voor alle mensen

en voor heel de wereld.

 

De tempel kun je afsluiten

maar God kun je er niet in opsluiten.

In de tempel kun je de liefde van God vieren

maar die liefde laat zich niet door tempelmuren begrenzen,

die wil zich als een rivier van het leven een weg banen

en juist daar zijn

waar dorheid en doodsheid heerst.

Bij liefde voor de rivier kunnen wij ons handig genoeg in Bommel

gemakkelijk wat voorstellen,

maar ook in onze kerkgebouwen wordt iets van dat geheim zichtbaar.

Dwars door onze andere kerk, het Anker, loopt langs het doopvont

een weg, als verbinding met de wereld om ons heen,

het gaat van binnen naar buiten.

En in deze kerk zou het water als het ware bijna onder de drempel door kunnen stromen,  want zoals in alle oude kerken is het oude doopvont

vlak bij de ingang geplaatst,

naar binnen of naar buiten, je komt er langs.

 

Juist de doop herinnert ons aan die woorden:

‘’Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken!

Rivieren van levend water

zullen stromen uit het hart

van wie in mij gelooft”

Het kan niet anders of Jezus

denkt aan het visioen van Ezechiël

als hij deze woorden uitspreekt

terwijl hij midden in de tempel staat.

Wat het betekent om gemeente van deze Jezus, van Christus te zijn?

Wat is onze identiteit?

 

De man met de meetstok

leidt ook ons rond, zo zeggen we in geloof:

hij weet alles van fundamenten en hoekstenen

én leidt ons naar de Bron.

Hij laat zien waarop we mogen bouwen

en waaruit we mogen leven:

we leven uit de Bron die uit het hart ontspringt

en waar Jezus zich mee identificeert.

Die Bron is centrum, middelpunt.

 

Die wordt niet begrensd door onze waterpas

gemaakte en gemeten muren,

uit die bron stroomt een rivier van levend water

onstuitbaar en onmeetbaar.

Dát is onze identiteit zou je kunnen zeggen.

En die identiteit is er niet om krampachtig te bewaken

maar om ruimhartig en zonder angst vanuit te leven.

In liefde tot God, de naaste en de wereld.

Wij maken ons weleens druk

wie er nou wel of niet bij de kerk horen

wat je dan wel of niet moet geloven

wat je dan wel of niet moet doen

wat je dan wel of niet moet bijdragen.

Maar dit beeld maakt voor mij

korte metten met ons denken

God laat zich niet begrenzen

door welke tempel of kerk dan ook

zijn Geest van liefde

is als een rivier van levend water

dat mag stromen vanuit het hart van ons kleine mensen

maar altijd onstuitbaar stroomt

uit het eindeloos grote zorgzame hart van de goede God

De hele schepping past daar in.

 

 

En er zijn altijd veel meer mensen

die leven van die rivier

dan wij ooit kunnen bevatten.

Er is altijd plaats in overvloed

aan de oever van deze rivier

ook voor jou.

 

Amen