Protestantse Gemeente Zaltbommel Zondag 5 september 2021

Preek Ds. T. Bouw bij Rechters 7

 

 

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

 

Als het kan scherm ik me er op vakantie een beetje van af,

maar terug lijken de wonden van de werkelijkheid

extra diep en pijnlijk:

Haïti, Afghanistan,

vluchtelingen uitgejouwd, geweerd, verdronken.   

Natuurrampen, dictatuur, onderdrukking.

Sterfgevallen. Ongelukken. Ziektes. Vervuiling. Crisis.

Gebrek aan leiderschap.

Onbarmhartigheid. Lafhartigheid. Moedeloosheid.

 

Wat blijft de wereld toch behoefte hebben aan een Gideon

en zijn Gideonsbende.

Kleine groepen strijdvaardige mensen

die zich niet neerleggen bij wat groot en onontkoombaar lijkt

maar de strijd aangaan voor een betere wereld

en betere tijden.

 

Zoals het verhaal van de kleine David tegen de reusachtige Goliath

wil ook het verhaal van Gideon moed geven

om het niet op te geven

al lijkt de tegenstand reusachtig.

 

Maar helaas, net als bij David is ook onze held Gideon

niet bepaald schoon van smetjes.

Sterker nog, Gideon valt akelig van zijn voetstuk

als je het verhaal helemaal uit zou lezen.

Hij begint zo aardig als schuchtere held tegen wil en dank

maar lijkt meer en meer zoals zo vaak

vergiftigd te worden door roem en macht.

Dan ranselt hij zijn broeders af,

vermoordt wie niet met hem optrekt,

maakt zijn eigen zoon tot moordenaar

en maakt zijn eigen afgoden.

 

Het bekende van kwaad tot erger schema

voltrekt zich midden in de verhalen over Gideon.

De Bijbel doet geen moeite dit oeroude gevaar

onverbloemd onder de aandacht te brengen.

 

Waarom?

Om zelfverheerlijking te voorkomen,

om blindheid voor eigen fouten te vermijden

en vooral om te blijven weten:

het moet anders!

het kan anders!

 

En dat bewijst het verhaal van vandaag.

Daar is Gideon nog maar net geroepen.

Daar kunnen we nog wat van hem leren

als het gaat om wat door God geroepen mensen te doen staat

in onze wonderlijke en te vaak diep gewonde wereld.

Gideon moet uit zijn schuilplaats tevoorschijn komen

en zijn verantwoordelijkheid nemen.

 

Om wat te doen?

Nou, zijn volk bevrijden.

En wie wil bevrijden moet afgoden bestrijden,

dat is de rode draad door heel de bijbel heen.

Soms is die Baäl niet te missen:

waar mensen erop uit zijn andere mensen te doden

of het leven onmogelijk te maken.

Waar ze uit zijn op vernietiging en kaalslag.

En dus trekt Gideon op tegen de Midjanieten,

die ieder keer als sprinkhanen een niemandsland achterlaten.  

Dus moet hij de strijd aangaan met deze vijand.

 

En als die makkelijk aanwijsbaar zijn als bij Gideon:

dáar buiten, díe groepen, dat soort mensen,

met dat geloof of die overtuiging, díe van Midjan,

dán vraagt het al veel moed

en veel overwinning van eigen angst om de strijd aan te gaan.

Maar die strijd kan voor Gideon het daglicht nog wel verdragen.

 

 

Het is de strijd tegen de afgoden op een heel ander front

die hem met veel grotere angst vervult

en hem ertoe dwingt stiekem en 's nachts te opereren.

Dat is wanneer de dreiging niet van buiten, maar van binnenuit komt.

Hij sloopt het altaar voor Baäl

en de heilige paal voor Asjera in zijn eigen achtertuin.

Hij moet opstaan tegen zijn eigen vader,

zijn eigen familie, zijn eigen volksgenoten,

om hen af te houden van de verering en cultus van de afgoden.

 

“Het vraagt moed om je te verzetten tegen vijanden,

maar nog veel meer om je te verzetten tegen vrienden’’

het is een van die zinnen uit Harry Potter

die ik nooit vergeet.

 

Ook in onze dagen vraagt het moed om op te staan

tegen mensonterende of mensonwaardige

denkbeelden en maatregelen, tendensen en stemmingen.

In je eigen huis, bij je eigen kinderen, in je eigen familie,

in je kerk, in je stad of straat, in je eigen hoofd of hart.

Dan opstaan. Dan je stem verheffen. Dat vereist moed.

 

En het vereist zorgvuldigheid en onderscheidingsvermogen.

Gideon wist precies waar hij moest zijn.

Maar de afgoden van onze tijd zijn meestal heel wat minder zichtbaar en tastbaar dan zo'n altaar of paal.

Wat is de cultus en wat de cultuur in ons midden

en in onze eigen achtertuin

waartegen wij ons moeten verzetten?

 

De grote macht van nepnieuws en complottheorieën?

De verering van gaafheid, schoonheid, gezondheid?

De cultuur van 'dat is toch mijn probleem niet?'

Of toch de oeroude afgoden van de Mammon, geld, bezit, vermogen,

en de demonen waaraan Gideon zelf kapot ging, -

eer, positie, macht?

 

 

 

 

Maar al gaat het in het verhaal van kwaad tot erger

en is er op een gegeven niets moois meer te ontdekken,

het boek wil zeker niet alleen waarschuwen hoe het vooral niet moet,

maar ook  mooie hints geven voor hoe het wél kan.

 

Zoals in het verhaal van vanmiddag.

Schitterend om te lezen hoe het duizendkoppige leger

teruggebracht wordt tot een schamele Gideonsbende

van niet meer dan 300 op honden lijkende soldaten.

Honden: in het Midden-Oosten wel het allerlaagst in de hiërarchie.

 

Verrassend, verademend, hoe te midden van alle bloederig geweld

nu eens geweldloos een overwinning wordt behaald.

Met een spetterende licht en geluidshow,

hun zwaarden blijven achterwege.

 

Niet de macht van geweld en getal,

maar een heel andere macht zorgt uiteindelijk voor de overwinning.

 

Wat is dat voor macht?

 

In het kamp van de vijand droomt iemand ervan.

Die droomt hoe een reusachtig brood hun kamp met de grond gelijk gemaakt.

Een brood als wapen? Wel heel merkwaardig!

Waarom geen enorme rollende molensteen of strijdwagenwiel?

Dit soort merkwaardigheden zijn in verhalen bijna nooit toevallig.

Waarom een brood?

Omdat juist het brood hét symbool is voor het woord van God.

Gideon had die macht al leren kennen.

Hij wist zich geroepen en luisterde naar wat God tot hem zei.

 

Het woord van God.

Dat is niet hetzelfde als de Bijbel als boek,

al geloven we in die Bijbel woorden van God te horen.

Het woord van God is een korte aanduiding

voor een lang verhaal.

Een verhaal

dat door de hele bijbel heen vertelt hoe het wél moet:

leven in liefde tot God én je naaste;

een samenleving waar gerechtigheid en barmhartigheid tot vrede leiden.

Een lang en niet te vergeten altijd doorlopend verhaal.

 

Aan dat wóord gaven mensen als Gideon gehoor,

dat woord wás Jezus, het vleesgeworden woord van God

dat woord gaat nog altijd door de wereld

en naar datzelfde woord van geloof, hoop en liefde

proberen wij te luisteren.

 

Wie gelooft in het woord van God

weet dat geen mens kan tippen aan de macht van God

maakt de dingen niet mooier dan ze zijn,

maar zoekt wel  enthousiast en hardnekkig

naar alle mooie tekenen van Gods Koninkrijk.

Ook hier en nu,

en dus ook in dat soms moeilijke verhaal van rechter Gideon.

Dan zie je het: een mooi verhaal met mooie vondsten.

Om van te leren.

Om van te genieten.

Wat een humor, wat een gein spreekt eruit.

En wat een kracht!

 

Een bijzondere kracht

die alle mensen van alle culturen en alle geloven

samen verbindt is de humor.

Het plezier, het lachen om elkaar en vooral ook om jezelf.

Waarachtig geïnspireerde mensen met zelfspot en relativeringsvermogen,

zulke mensen zijn meer dan nodig.

Vaak drukt de opdracht om je te verzetten

tegen God- en mensonterende machten

als een loodzware last op onze schouders

waarbij lachen verboden lijkt te zijn.

De Bijbelse vertellers laten ons een andere kant zien:

hoe een uiterst serieuze roeping en keuze

de ongekende en vaak ongebruikte kracht

van humor en gein niet uitsluit,

maar juist insluit en positief uitbuit.

 

 

 

 

Niet voor niets

gaat ons woord gein

terug op een Bijbelse Hebreeuws woord

dat genade betekent.

 

Genade

goed doen en goed ontvangen

ook al is het niet verdiend.

Wie daaruit weet te leven

staat altijd open voor een geintje!

 

Amen