Preek van Ds. T. Bouw, Protestantse Gemeente Zaltbommel

Zondag 12 september 2021 bij Genesis 44 : 14 – 45 : 3

 

 

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

 

Huilen van het lachen!

En iedereen hoort het.

Jozef met zijn broers.

Wat een feest!

Eindelijk.

 

Wat een weg.

En wat had het ook heel anders kunnen lopen.

Maar eindelijk, eindelijk gaf vader Jakob toch

toestemming om Benjamin mee te nemen naar Egypte

zoals de broers iedere keer gevraagd werd.

 

Wie nog eens terug leest leert Jakob kennen

als een ontroostbare vader,

gevangen in zijn verdriet,  verstard van angst

om na Jozef ook die andere dierbare zoon van zijn allerliefste te verliezen.

Het aanbod van broer Ruben

“het leven van mijn zoons voor dat van Benjamin”

en het gijzelaarschap van broer Simeon,

het hielp allemaal niets… 

 

Nu zal niemand niet meevoelen met deze verdrietige en angstige man. 

Niemand zal zeggen dat dit verdriet en angst niet mogen.

Maar er mag van hem wel meer verwacht worden!

Hij is méér dan alleen een weduwnaar,

meer dan vader van Benjamin en Jozef,

hij is óók vader van de andere broers,

grootvader van al zijn kleinkinderen,

hoofd van een hele gemeenschap van mensen die van honger dreigt om te komen, stamvader van het volk gezegend met de belofte van God. 

 

 

 

 

Je zou hem wel toe willen roepen:

“Kom op Jakob, neem je verantwoordelijkheid!

Ben je soms vergeten hoe jouw eigen bedrog

en de ruzies in je eigen familie het leven van velen op het spel zette?

Ben je soms vergeten hoe groots en zelf overstijgend

het vredestichtend gedrag van je broer Esau was?

Ben je soms vergeten hoe in uitzichtloze tijden

tóch uitzicht op andere tijden daagde?

Waarom doe je niet wat je moet doen?”

Maar Jakob zit gevangen.

 

En dan is daar opeens die andere broer.

Dan is daar opeens Juda.

Vastberaden laat hij zich niet langer gijzelen  

door zijn vader en diens emoties.

Hij zal persoonlijk borg staan voor Benjamin;

mocht deze niet terugkeren

dan mag zijn vader dat hem zijn leven lang aanrekenen.

En dan gebeurt het ondenkbare toch: Jakob gaat om!

 

De sleutel zit hem dus  in het gedrag van Juda. Maar waarom?

Alsof Jakob daar iets aan heeft als Benjamin niet zou terugkeren,

dat hij het Juda mag aanrekenen.

Daar krijgt hij dan zijn geliefde zoon toch niet mee terug?

Zoals je ook hedendaagse vormen van aansprakelijkheid

en schadeloosstelling soms als zinloos ervaren kunt:

je krijgt er immers je geliefde niet mee terug?

 

Nee, en toch gaat Jakob om.

Niet omdat hier iemand staat met een goed zakelijk aanbod

waar hij geen nee op kan zeggen.

Niet omdat hier iemand staat die zich juridisch aansprakelijk stelt.

Maar, zo vermoed ik,

omdat hier iemand staat die zijn verantwoordelijkheid neemt.

Want zo zijn zakelijke garantstellingen

en juridische aansprakelijkheid ten diepste nog steeds bedoeld.

Zichtbare uitdrukking van dat wat samen leven mogelijk maakt: 

je verantwoordelijkheid nemen.

 

 

 

Als veel  later christenen in deze borgstelling van Juda iets van Jezus herkennen

-als borg, als plaatsvervanger-,

dan moeten we ook niet aan kille berekeningen

of een juridisch gericht denken, maar aan dit verhaal.

Aan verstoorde relaties, aan nieuwe toekomst, aan hoop op samen leven.

In Jezus laat God tot het uiterste zien

dat Hij zich verantwoordelijk voor ons weet

en spoort ons aan onze verantwoordelijkheid voor elkaar te nemen.

 

 

Zoals Juda doet.

En uiteindelijk ook zoals Jakob.

Jakob laat zich bewegen

komt in beweging

laat los

laat Benjamin gaan

en neemt zijn verantwoordelijkheid.

En het mooie is :

juist dan krijgt zijn verdriet en angst een ándere plaats

en komt er ook weer ruimte voor nieuwe wendingen

en zeer verrassende ontknopingen.

 

Jozef is de hoofdrolspeler, maar vandaag zijn de schijnwerpers gericht op Juda.

Ja, natuurlijk Juda denken latere lezers.

Hij, de leeuw van Israël,

de stamvader van koning David! Juda, wie anders?

 

Nou, zó vanzelfsprekend is dat niet.

Tot dan toe had hij er eerlijk gezegd weinig van gebakken.  

Samen met zijn broers had hij de inwoners van Sichem uitgemoord,

hij had voorgesteld om Jozef maar te verkopen

en vervolgens had hij zijn familie en verleden de rug toegekeerd

en was nota bene met een Kanaanitische vrouw getrouwd.

Dat verblijf in Kanaän werd niet echt een succes

en ook zíjn familie bleek al geen modelgezinnetje.

Zijn oudste zoon stond ronduit slecht bekend en stierf voortijdig,

zijn tweede zoon Onan is vooral beroemd geworden

door de vermeende zonde van de ''onanie', seksuele zelfbevrediging,

want hij liet bij de gemeenschap zijn zaad op de rotsen vallen.

Maar anders dan de kerk ons soms leerde

heeft zijn zonde helemaal niets te maken met een benepen seksuele moraal.

Wel met wat hij moreel had moeten doen.

Zijn zonde was dat hij weigerde zijn vrouw recht te doen

en haar een kind te schenken.

Zijn vrouw was de weduwe van zijn broer,

die haar ook al geen kinderen had geschonken.

Maar ook Onan sterft en zijn vrouw Tamar

blijft opnieuw zonder man en kinderen achter.

Ook Juda ontneemt haar waar zij in die tijden recht op had,

door te weigeren haar met zijn derde zoon te laten trouwen.

Vernederd keert zij terug naar haar vaders huis,

maar besluit het recht in eigen hand te nemen.

Ze verleidt haar schoonvader zonder dat hij haar herkent en raakt zwanger.

Als Juda dit hoort wil hij deze 'hoer' woedend en verontwaardigd

op de brandstapel brengen,

-over dubbele moraal gesproken –

tot zij hem fijntjes het bewijs van zijn vaderschap levert.

Hij moet het toegeven: Tamar, jij staat in je recht.

Ik had mijn verantwoordelijkheid moeten nemen!

 

Tamar de rechtvaardige, en Juda de verantwoordelijke.

De evangelist Mattheus voert hen op als waardige voorouders van Jezus.

 

Maar Juda heeft dus wel een lang weg moeten gaan

voordat hij staat waar hij nu staat.

Hersteld. Veranderd.

Met heel zijn koninklijke waardigheid. Verantwoordelijkheid nemend. 

En dan gloort er weer hoop op brood voor iedereen en nog veel meer feestgedruis.

 

Verantwoordelijkheid.

Het woord antwoord zit er in verstopt

en antwoord geven is precies wat van ons gevraagd wordt.

Antwoord geven op de roep die,  zo geloven wij, van onze God uitgaat.

Juist in dat eerste boek Genesis! Mens, waar ben je? Wat heb je gedaan?

Waar is jouw broeder? Waar je zuster?

 

 

 

 

Jozef roept zijn broers iedere keer bij zich als zij arriveren.

En niet onterecht voelen zij dat

alsof zij ter verantwoording worden geroepen.

Een paar keer opnieuw, tot de tijd rijp is voor echte verzoening.

Jakob hoopte dat God zou geven dat Jozef barmhartig voor hen zou zijn.

Met precies datzelfde Hebreeuwse woord

wordt Jozefs grote ontroering aangegeven.

Hij heeft mededogen met zijn broers.

 

Nu is daar ruimte voor. 

Niet als je nog onderin de put zit bij te komen.

Niet als de pijn nog te vers is.  

Ook niet als je blijft bedenken wat ze eigenlijk verdienen.

Mededogen heb je,

niet omdat de ander dat verdient,

maar omdat jij zo wilt zijn.

Daarom wordt het woord veel voor God gebruikt,

die kijkend naar zijn mensenkinderen

alle reden heeft om diep teleurgesteld af te haken,

maar tóch mededogen met ons heeft en blijft roepen:

hé, waar ben je?

 

Hoe verbreek je de soms eindeloze keten

van wraak en vergelding,

het soms vruchteloos verlangen

naar gelijk willen krijgen en gram willen halen?

Nou zo. Met mededogen tonen

én verantwoordelijkheid nemen.  

 

En waar dat gebeurt,

proef je iets van het Koninkrijk van God

daar is het beloofde land.  

 

Beloofd land.

Jozef droomde zijn dromen

stierf duizend doden

maar daar ging het heen.

 

Amen