Preek bij Lucas 1 : 42 – 38 en Jesaja 49 : 8 – 13 op de tweede zondag van Advent,

5 december 2021.

 

 

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

 

Klem.

Gevangen.

Een virus dat zijn eigen gang gaat

en ons ook nog verdeelt in kampen

dwars door families en vriendengroepen heen.

Een toenemende opwarming van de aarde.

Armen worden steeds armer, rijken steeds rijker.

Samen zouden we  nog iets kunnen doen, alles eerlijker verdelen,

maar we doen het niet.

Klem.

Gevangen.

 

Betaalbare woningen worden schaarser.

Een woningmarkt die alleen maar meer overspannen wordt.

Overheidssystemen die jou als werkzoeker of asielzoeker

bij voorbaat met wantrouwen benaderen

en dreigement op dreigement voor je klaar hebben staan.

Ook hier hebben we de oplossing zelf in handen,

want ieder systeem wordt door mensen gemaakt,

je kunt iets doen, maar we doen het niet.

 

Klem.

Gevangen.

Te vaak letterlijk in een cel zoals Amnesty ons leert:

Doordat je het lef hebt op te komen voor wie onderdrukt wordt,

omdat je je stem blijft verheffen tegen slechte machthebbers.

Je kunt niets doen.

 

 

 

 

 

 

 

Klem.

Gevangen.

Al die vrouwen die mishandeld worden,

vernederd, genegeerd.

En als iets ons de wereldwijde actie Orange the world leert

is dat het in alle lagen van de bevolking voorkomt.

Dus ook wij kennen die vrouwen, al beseffen we dat vaak niet.

Je werd verliefd, ging van hem houden,

en nam zijn bezitterigheid en jaloezie voor lief,

was aanvankelijk gestreeld.

Na de eerste klap dacht je nog dat het een incident was,

en vervolgens ging je bedenken wat jíj had moeten doen

om het te voorkomen.

Inmiddels waren er ook kinderen gekomen

en naar buiten toe waren jullie het ideale gezinnetje,

zo gelovig ook en zo actief in de kerk.

Van de buitenkant lijkt je sterk

maar van binnen ga je kapot.

Opgeven of weggaan is geen optie.

De schaamte is te groot.

De angst te verlammend.

Klem.

Gevangen.

Je weet niet wat je anders doen moet.

 

En elders in de wereld:

Je bent 12 misschien net 13 en je bent uitgehuwelijkt.

Als een stuk vee ga je over van het eigendom van je vader

naar het eigendom van je man.

Hopend en biddend dat hij je redelijk behandelen zal.

Maar als dat niet het geval is…

Klem.

Gevangen.

Er is niets wat je kunt doen.

 

 

 

 

 

 

Dit laatste is voor de meesten van ons in Nederland

iets uit andere plaatsen of andere tijden.

 

Zoals toen in het dorpje Nazareth in Israël,

begin van onze jaartelling.

Het meisje Maria, 12, misschien net 13,

is uitgehuwelijkt aan Jozef.

Waarschijnlijk is de bruidsschat al wel betaald,

maar woont ze nu nog in haar ouderlijk huis

om later bij haar verloofde in te trekken

en dan het huwelijk ook seksueel te voltrekken.

Voor die tijd zwanger raken

was een grote schande,

een aantasting van de familie eer

een grote bedreiging voor

de huwelijksovereenkomst

en werd vooral of alleen het meisje aangerekend.

Maria zit klem, gevangen.

Er is niets wat zij kan doen.

 

Maar dan gebeurt er iets.

Of liever gezegd iemand.

Er komt iemand langs.

Iemand die haar ziet,

iemand die haar niet veroordeelt,

iemand met een boodschap

een vriend, een gabber van God

zo luidt vertaald letterlijk de naam Gabriël.

 

Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je!

 

Net als eerder de priester Zacharias

schrikt ook Maria zich een ongeluk.

Wat hoop je soms op een teken uit de hemel.

Maar wat doe je als het echt gebeurt?

Wat doet Maria nu?Rent ze weg?

Denkt ze dat ze gek is geworden?

Bestookt ze de onverwachte gast  met kritische vragen?

 

Nee, ze doet even niks. Is even stil.

Vraagt zich in stilte af wat dit zou kunnen betekenen.

Gaat in dialoog met zichzelf staat er letterlijk.

En zo schept ze ruimte.

Ruimte voor het ongedachte,

ruimte voor zichzelf

ruimte om echt te luisteren.

 

De boodschap is niet niks:

over zwanger worden en een zoon baren

een zoon van de Allerhoogste

aan wiens koningschap geen einde komen zal.

Het zijn grootse en rijke woorden

in een armetierige omgeving.

Woorden die doen denken aan profeten als Jesaja

woorden die de kern raken

van alles waar ons geloof in Jezus voor staat

en waar we straks met Maria

van zullen zingen:

met hart en ziel maak ik Hem groot

en vrolijk zing ik om God, mijn bevrijder!

 

God laat ons niet in de steek

komt telkens opnieuw naar ons toe

en Zijn koningschap kent geen einde.

Dat is evangelie,

dat is goed nieuws!

 

Dat klinkt vrij ongelooflijk

en daarom werden en worden

er zoveel gabbers van God ingezet;

Jesaja en Lucas,

Mirjam en Maria,

Gabriël en Michaël,

engelen

en mensen die als engelen zijn,

die worden er op uit gestuurd.

 

De bedoeling is namelijk

dat wij ons door al die boodschappers van goed nieuws

uitgenodigd weten :

dat het iets met ons doet

en dat wij er iets mee doen.

Ondanks onze schrik,

ondanks onze vragen.

 

Zoals Maria.

Zij zegt : hier ben ik!

U doet iets met me God,

ik vertrouw op U.

Het doet iets met me,

en ik doe mee!

 

Er zal nog genoeg komen

dat haar klem zal zetten:

de schande van haar zwangerschap

de vlucht voor Herodes naar Egypte

die zoon van haar die zijn eigen weg zal gaan

en ze al zo jong zal verliezen.

De aankondiging door Gabriël mag dan klinken als een sprookje,

haar leven zal niet bepaald als een sprookje verlopen.

 

Maar Maria, zo wordt verteld,

bewaart alles wat ze meemaakt en hoort

in haar hart

en dat schept altijd ruimte

niet meer klem, niet meer gevangen.

En in geloof is dat precies het even mysterieuze

als krachtige werk van de Geest van God.

De Heilige Geest is zeg maar wat God met jou doet.

Aanwezig maar ongrijpbaar, meer gevoel dan bewijs,

als een schaduw aan je zijde.

 

 

 

 

 

Het verhaal van de aankondiging van de geboorte van Jezus

wil tot de verbeelding blijven spreken,

wil iets met ons doen zodat wij mee gaan doen.

Dus parkeer die al te modern kritische vragen voor even

en laat je meevoeren naar Nazareth,

naar dat verhaal van omkering

en van hoop.

 

Doet het je iets?

Wil je ook meedoen?

Als je zegt, hoe aarzelend ook,

ja hier ben ik,

dan komt er ruimte

dan valt er ander licht.

 

Dan valt er volop licht

op Hem wiens komst wij verwachten

Jezus.

 

Niet bepaald een droombeeld

voor de moderne mens.

Van eigen keuzevrijheid,

zelfbeschikking, autonomie

en maakbaarheid wist hij niks,

van verraad, tegenslag,

klem zitten en gevangenschap

des te meer.

 

En toch

is juist Jezus

ons droombeeld

voor waarachtige menselijkheid!

Iemand met een scherp oog

voor ongelijkheid en onderdrukking,

iemand met een groot hart

voor alle soorten mensen,

iemand die gezien werd als ware Koning.

 

 

Een koning die er alles aan gelegen is

om van heel de aarde

en alle mensen

een gemeenschap te maken

waarin het niet gaat om ‘’ik’’,

maar om ‘’wij’.

 

Als dat je iets doet,

wil je dan meedoen

aan die droom van God?

 

Wil je dan proberen

te geloven

dat ware vrijheid

niet betekent:

ik wil kunnen doen wat ik wil

op deze aarde

maar met Maria ervoor kiezen

om te zeggen:

hier ben ik,

ik wil doen wat Uw wil is

voor uw aarde:

bevrijding voor mij persoonlijk

en samen leven als bevrijde mensen.

 

En vergeleken bij Maria hebben wij

onnoemelijk veel vrijheid

als individu en als samenleving

in dit land.

Laten we dat niet verkwanselen maar koesteren,

en laten we in alle verschil

blijven zoeken naar wat ons verbindt.

 

 

 

 

 

 

 

Bevoorrecht als we zijn, hier, nu,

weten we echter ook

van allerlei vormen van klem zitten

en je gevangen voelen.
Leren we soms door schade en schande

dat we niet zo vrij zij als we denken

en dat er veel is wat wij niet

in de hand hebben.

Klem. Gevangen.

 

Maar er is altijd meer dan dat.

Een God die ons er toe vindt doen

een verhaal van hoop en licht dat er toe doet

zonden die vergeven worden

misstanden die recht gezet worden

mensen die onrechtvaardige en heilloze systemen en structuren

kunnen maken en ja dus ook breken!

 

Sprekend met Jesaja is dit wat God wil:

om tegen gevangen te zeggen: Ga in vrijheid!

en tegen wie in het duister verblijft: Kom tevoorschijn!

 

Nee, je kunt niet alles redden,

maar als je denkt niets te kunnen doen:

je kunt er altijd zijn:

Voor wie zich klem voelt zitten,

-zonder dat je je laat gijzelen-.

Voor wie gevangen zit in het donker,

-zonder je eigen licht erdoor te laten opslokken-.

 

Ja, juist als de dagen donker zijn

in de wereld of in je eigen bestaan

hebben we behoefte

aan licht gevende gabbers van God

zoals Gabriël, zoals Maria,

zoals u, jij en ik.

 

Amen