Preek ds. T. Bouw bij Handelingen 2, met name vers 41 – 47

Protestantse Gemeente Zaltbommel 4 september 2022

 

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

 

Onze kerk van A tot Z, dat klinkt ongeveer zo:

 

AK

BCGA

BMCV

CCBB

CCO

CV

CvD

CvK

DKO

GCA

GCV

GOP

GR

GS

LRP

PKN

PThU

VKB

ZWO

 

En dat is nog maar een deel van de afkortingen die

in onze Protestantse Kerk gebezigd worden.

En onze Protestantse Kerk is nog maar een klein onderdeel

van de wereldkerk.

Op dit moment vindt de 11e grote samenkomst van de Wereldraad van Kerken plaats. Meer dan 4000 deelnemers van over heel de wereld,

heel divers, heel kleurrijk.

 

 

 

 

 

 

Klein en onooglijk begonnen hebben we door de eeuwen heen

met vreugdevolle voortvarendheid veel mogen opbouwen,

wereldwijd en ook wij hier de laatste paar eeuwen

als protestantse kerk :

aan organisatie, aan gebouwen, aan vermogen,

aan een veelheid van activiteiten en medewerkers,

ontwikkeling van theologie en kerkrecht,

professionalisering 

op plaatselijk en bovenplaatselijk niveau.

het gaf veel basis, veel kader, veel houvast

juist met het oog op het kunnen groeien en bloeien

van de plaatselijke gemeente

zonder het besef te verliezen

dat je onderdeel bent van een groter geheel.

 

Maar ik hoef je niet te zeggen dat de tijden veranderd zijn.

Dit grootse bouwwerk is langzaam maar zeker

aan het wankelen omdat de middelen

maar vooral de mensen gaan ontbreken om het allemaal overeind te houden.

En dat in een tijd dat onzekerheid hoogtij viert en houvast juist nodig is.

Onzekerheid over alles wat er in de wereld gebeurt.

Onzekerheid over de plek van kerk en christelijk geloof.

Onzekerheid over de toekomst van de kerk en de eigen plaatselijke gemeente.

 

En waar vind je dan houvast?

Als rechtgeaard protestant zeggen we dan natuurlijk : in de Bijbel!

In de teksten en verhalen die ons overgeleverd zijn

zoals die uit Handelingen 2.

Dat oer-verhaal over het ontstaan van de kerk.

En we volgen frank en vrij het voorbeeld van Petrus

die oude teksten uit de profeet Joël en uit Psalm 16

onbekommerd toepast op de eigen actuele situatie.

 

En waaraan ontlenen de mensen in Handelingen 2 houvast?

Aan elkaar.

Aan elkaar, dat is onmiskenbaar.

 

 

 

 

Petrus neemt het woord, maar ze stappen met zijn allen naar voren.

En degenen die zijn woord aanvaardden en tot geloof kwamen

gingen niet naar huis

maar zochten elkaar op.

Ze bleven bijeen

hadden alles gemeenschappelijk

gingen samen naar de tempel

en gingen samen aan tafel.

 

Een geloofsgemeenschap is altijd een genootschap,

geen geheim genootschap,

maar we zijn genoten.

En de vraag is wat voor genoten.

Zijn wij coalitiegenoten, fractiegenoten,

soortgenoten, bondgenoten,

clubgenoten, lotgenoten,

disgenoten of reisgenoten?

Nee, volgens de Bijbel

bestaat de kerk allereerst uit deel-genoten.

Samen delen

dat is onmiskenbaar het sleutelwoord in Handelingen

samen ergens in mogen delen

samen ergens van mogen delen en uitdelen

daar gaat het om

dat is ons houvast

 

Maar ik dacht

werkt dat wel in onzekere tijden

werkt dat soms juist niet tegen ons?

Als tijden onzeker zijn

en de dingen schaars worden

middelen, mensen,

predikantentijd,

neemt dan de verdeeldheid juist niet toe?

 

 

Wordt bij schaarste de bereidheid om te delen

juist niet kleiner

en de verbetenheid om vast te houden

juist niet groter?

Worden bij onzekerheid en crisis

de verschillen juist niet veel tastbaarder?

 

We kunnen met zijn allen best tegen een stootje

maar nu schaarste en onzekerheid op allerlei gebied toeneemt

moeten we wellicht nog iets dieper graven

op zoek naar wat ons houvast biedt.

 

Want wat willen we nu eigenlijk vasthouden

als we het hebben over kerk-zijn?

 

Als we als bij een ui de lagen gaan afpellen

de lagen van gegroeide organisatie, van gebouwen,

van waardevolle maar bedachte scheidingen

tussen diaconaat, kerkbeheer, pastoraat en liturgie,

van de ontstane functies,

-ook die van de dominee met hoeveel plezier ik het ook ben!-

 

-de lagen van dierbare maar gegroeide gewoontes -

 

als we al die lagen gaan afpellen

wat komen we in de kern dan tegen?

 

Terug naar de kern, dat betekent

terug naar het begin

terug naar Handelingen dus.

Wat zien we?

 

Een groepje mensen

oneerbiedig gezegd een samengeraapt zooitje

samen geroepen door Dezelfde

samen gegrepen door het zelfde.

 

Maar wat willen ze?

Drie dingen.

Ze willen God eren

Jezus volgen

en elkaar en de wereld dienen.

Dat is alles.

Dat is de kern.

Dat is alles.

God eren

Jezus volgen

en elkaar en de wereld dienen

dat willen ze.

 

Dat doen ze samen

en in en vanuit dat gezamenlijke

wordt de enkeling gevoed

en krijgt de enkeling een plaats.

 

Dat klinkt je misschien aantrekkelijk en logisch in de oren

maar dat is het voor mensen van de 21e eeuw echt niet.

Wij hebben de kracht van het individu mogen ontdekken

van de individuele en persoonlijke ontwikkeling en groei

van het belang je eigen mening te vormen,

je eigen talenten te ontdekken en je eigen weg te gaan.

 

Een gevolg daarvan is wel dat loyaliteit

niet meer als grootste deugd wordt gezien

dat we niet vanzelf

aanvaarden en omarmen

wat gegeven is, wat wordt aangereikt,

wat vanuit het grotere geheel

en vanuit het gemeenschappelijke

aan je wordt gegeven en van je wordt verlangd.

 

Ik kan en wil niet terug naar vroeger tijden

maar de vraag is wel wat wij doen: wat is onze grondhouding?

gedragen we ons allereerst als kritische consument

of als loyale deelgenoot?

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken

dat het kritisch consumentengedrag

ook in de kerk is gegroeid

en dat daarmee verdeeldheid ook nog eens groeiende is.

 

Als we niet uitkijken

komen we in verlammende situatie terecht:

om houvast te vinden

in onzekere tijden

moeten we het samen doen

en juist het vanzelfsprekend

uitgaan van samen

is onzeker geworden.

 

 

Maar dat betekent niet dat het niet kan.

Er is nog altijd sprake van samen.

Van gemeenschap.

Zoals ook hier. Dat merk ik aan alle kanten.

 

En de kunst is om dat te versterken.

Om samen naar houvast te zoeken

daar onder al die laagjes

daar in die kern

 

Oude verhalen uit de Bijbel

geven wat mij betreft

zo nog altijd houvast voor nieuwe tijden.

 

Als je vast houdt aan die kern

die we als we gaan afpellen tegenkomen

even simpel als veelomvattend:

God eren

Jezus volgen

elkaar en de wereld dienen.

 

 

 

En dat

dat mogen we sámen doen

de één heeft talent

voor de lofzang

de ander voor gesprek en organisatie

en weer een ander

voor handen uit de mouwen.

 

In geloof is dát de kracht

van veelkleurigheid

niet

“wat leuk

alles kan en alles is mogelijk”

maar

alleen samen

maken we mogelijk

waar het in de kern

bij kerk zijn om begonnen is,

alleen samen

delend

wat je gegeven is

wat je verlangen is

 

samen

wie zich maar geroepen voelt

een groepje mensen

een genootschap

een netwerk zouden wij misschien zeggen

 

dat God wil eren

Jezus wil volgen

en elkaar en de wereld wil dienen.

 

 

zou dat geen houvast kunnen bieden

in onzekere tijden?

 

biedt juist dat niet de richting om lief te hebben wat is

ruimte om in liefde los te laten wat was

en in vertrouwen uit te zien naar wat zal zijn?

 

Vertrouwen.

 

En dat brengt ons

bij de allerdiepste kern

waar niemand echt bij kan komen

en wat ons toch ook

tot een soort geheim genootschap maakt

 

het geheim

dat we vermoeden en vieren

de één noemt het geloof

en de ander spiritualiteit

 

de één bidt tot Christus,

de ander tot de Eeuwige

de één ervaart het in het gebed

de ander in het gelaat van de ander,

de één proeft dat er meer is tussen hemel en aarde

in het buitengewone,

de ander juist in het gewone menselijke,

de één overtuigd, de ander zoekend.

 

 

In deze diepste kern

schuilt in geloof

het diepste geheim

van blijvend houvast

hoe onzeker de tijden ook.

 

 

 

 

 

 

 

Want in geloof

wordt het ons toegeroepen

en toegezongen

wordt het ons aangezegd

dat houvast vinden

alles te maken heeft

met vastgehouden

en gevonden worden

 

Er is reden voor dankbaarheid

voor het eeuwenoude bouwwerk van de kerk

van A tot Z,

en het geeft verdriet als dat wankelt,

maar we moeten niet bang te zijn

om af te breken, om te bouwen

en te vernieuwen,

we hebben nooit anders gedaan.

 

Niet bang zijn.

Omdat er iemand is

die ons dat zegt:

wees niet bang

ik ben de A en de Z

de alpha en de omega

het begin en het einde.

 

Amen