Protestantse Gemeente Zaltbommel, bijeen in de Sint Maartenskerk

Preek ds. T. Bouw zondag 8 september 2019

bij het achtste van de Tien Woorden ''Steel niet"

Deuteronomium 5 : 17 - 21 en 6:1-3 en Efeziërs 4 : 17 - 5 : 2

 

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

 

De belasting ontduiken

Knoeien met declaraties

Oplichten van de verzekering

Misbruik uitkeringen

Wat je vindt zelf houden

Niks zeggen als ze teveel terugbetalen

Ideeën van anderen als de jouwe presenteren

Stukken scripties inleveren die niet van jou zijn

Dat alles valt onder ''stelen''

tenminste in onze tijd

in de tijd van de Bijbel kon dat ook zijn:

stiekem verplaatsen van grensstenen

gebruik maken van valse maten en gewichten

verkopen van ondeugdelijke waren

en noem maar op...

Luther zei het al:

"Als alle mensen die dieven zijn, maar het niet willen weten,

aan de galg moesten hangen,

dan zou de wereld spoedig een verlaten woestijn zijn

en dan zouden er beulen en galgen te weinig zijn."

Want ook al die dingen die nog net door de mazen van de wet

van het Koninkrijk der Nederlanden glippen

komen,  als we eerlijk zijn,  echt niet door de wet

van het Koninkrijk der Hemelen.

 

Niet stelen!

Nu kun je je afvragen of dit nou zo'n erge overtreding is

dat er een plekje in de tien woorden voor wordt ingeruimd.

Natuurlijk als er iets van iemand gestolen wordt is dat niet fijn,

maar in de meeste gevallen gaat diegene er niet aan onderdoor.

Daarom zeggen sommige uitleggers dat we hier niet zomaar aan stelen moeten denken maar dat er oorspronkelijk stond :je zult geen mensen stelen.

Zoals Jozef die door zijn broers werd ''gestolen'' en verkocht als slaaf.

 

 

Het richt onze blik wel op de ergste vorm van diefstal:

stelen van mensen, kinderontvoerders, mensenhandelaars, ook bij ons bekend:

neem de mensensmokkelaars die misbruik maken van de hoop en de wanhoop van vluchtelingen,

neem de vrouwenhandelaars die kwetsbare meisjes ook naar ons land lokken

om vervolgens in de prostitutie te laten belanden. 

 

Al blijft het de vraag of het zo alleen bedoeld is,

het richt onze aandacht wel weer op een belangrijk punt,

waar het ook alweer om gaat in de tien woorden.

Om mensen.

Mensen tegen wie God heeft gezegd

''ik heb jullie bevrijd,  jullie zijn van mij,

dit land heb je van mij gekregen,

leef dan naar mijn woorden en wetten

dan leef je ook samen in vrijheid en vrede"

 

Leven in relatie tot God en met elkaar.

En waarom is het dan zo erg dat je steelt van de ander,

dat je je iets toe-eigent wat niet van jou is?

Nou, het ondermijnt die relaties,

het is een aanval op leven in vertrouwen.

Iedereen die weleens opgelicht of bestolen is

zal het herkennen:

je basisvertrouwen krijgt een enorme deuk

en het duurt een tijd voordat dat weer op het oude peil is

als het er ooit weer op komt.

Een samenleving die steeds meer uitgaat van wantrouwen

in plaats van vertrouwen

gaat zich indekken, gaat zich beveiligen, gaat zich afschermen,

gaat camera's ophangen, gaat in de beheers en controlestand,

gaat roepen om strengere straffen, -

kan allemaal best eens nodig of handig zijn

maar een betere samenleving krijg je er vrees ik niet door.

De drie woorden : niet moorden, niet echtbreken, niet stelen

laten zien hoe ongelooflijk belangrijk het is als er

wél vertrouwen is dat je elkaar en elkaars bezit respecteert.

 

 

 

In het licht van het leven met God

ontdekken we denk ik zo iets heel belangrijks over bezit.

Bezit is relationeel en relatief.

Nu is dat meestal niet het eerste waar wíj aan denken

als we zeggen ''van mij''.

Van mij, dat is dus van mij persoonlijk, privé-bezit.

Maar in geloof is iets ten diepste altijd meer

en nooit alleen privé-bezit,

je hebt het ontvangen als uit Gods hand

die heeft gezegd

wat van mij is, is ook van jullie.

Ten diepste weet je dus als christen:

het is van mij, ik heb het verdiend, ik heb het gekocht,

ik heb het geërfd of wat dan ook,

maar dat is maar relatief.

Als ik het in het licht van mijn relatie met God bekijk

heb ik het ook maar gekregen en ontvangen,

de aarde is van God,

de wereld en al haar bewoners..

Niet voor niets wordt van de eerste christelijke gemeente het ideaalbeeld geschetst dat zij alles gemeenschappelijk hadden,

al hebben we eerlijk gezegd  geen idee of en hoe lang dat echt heeft plaats gevonden, en geeft de Bijbel geen blauwdruk voor een bepaald politiek economisch systeem.

 

Maar als wij nadenken over ons bezit

als wij zeggen

dat is ''van mij''

dan mogen we in geloof bedoelen:

het is mij toevertrouwd, ik ben er mee verbonden,

ik ben er verantwoordelijk voor en ga er verantwoordelijk mee om.  

Dat is dus iets heel anders dan bezitterigheid

al is in de praktijk de scheidslijn soms erg dun

en ben je soms meer bezitterig dan je denkt.

 

 

 

 

Dat merk je bij voorbeeld als je rijker wordt en gemakkelijker geld hebt,

maar het moeilijker vindt om te gaan delen.

Dat merk je als je het moeilijk vindt

om ''jouw'' kind of ''jouw'' partner

ruimte te geven, los te laten

of als het monster van de jaloezie

je tot een bezitterig persoon maakt.

 

Dat kun je ook merken in de geloofsgemeenschap,

de gemeente, de kerk.

Verbondenheid, verantwoordelijkheid

maakt dat je voelt , dit is ''mijn'' kerk,

en dat is positief.

Maar vooral bij veranderingen merk je dan

dat het ook tot bezitterigheid kan leiden.

Dat het negatief gaat werken

en je reactie wordt :

afblijven! dit is míjn kerk

Ook dominees kunnen daar last van hebben

zo beet een collega mij eens toe

toen ik bij hem, toen nog  als jeugdwerkadviseur, langs kwam

wat doet u in ''mijn '' gemeente..

 

Niets menselijks is ook ons vreemd,

en het is soms gewoon best moeilijk

om te onderscheiden

tussen verbondenheid en bezitterigheid,

best lastig om je natuurlijke neiging tot

bewaken van je bezit

te overwinnen door de gelovige roeping

anderen te laten delen in je bezit.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Soms is het een worsteling

en dat is helemaal niet erg

dat hoort in een wereld

die nog niet erg lijkt

op het beloofde land

op Gods nieuwe wereld

Zijn Koninkrijk,

maar we leven

vanuit de belofte

dat het goed toeven is

waar Zijn woord regeert

dat het goed is om te leven

naar Zijn tien woorden.

 

Die worsteling klinkt ook door

in de brief aan de Efeziërs,

nieuw in Christus

strijden zij tegen het oude,

krijgen zij te horen dat ze voortdurend

hun geest en hun denken

moeten vernieuwen.

En vernieuwen is dan niet

iets heel anders verzinnen

maar oude patronen en zonden

niet de kans geven te laten winnen;

laat wie steelt niet meer stelen

maar eerlijk de kost verdienen

door zelf hard te werken ...

 

interessant wat dan volgt:

 

om iets weg te kunnen geven aan wie het nodig heeft.

Ook hier direct het licht van het koninkrijk

de lieflijke geur van de tien woorden.

 

Nu was stelen niet voor iedereen het probleem.

Andere gemeenteleden hadden blijkbaar meer last

van liegen, boosheid, wrok,

kwaadaardigheid, geschreeuw en gevloek.

Ieder heeft zijn eigen duisternis te overwinnen.

 

Waarom?

Omdat er Iemand is die zegt:

alles wat van mij is

is van u

zelfs mijn liefste bezit

mijn zoon

ik heb hem jullie gegeven

 

Volg het voorbeeld van deze God

zegt de brief

ga de weg van de liefde

neem je tijd:

 

''Tijd van leven om met velen

brood en ademtocht te delen -

wie niet geeft om zelfbehoud,

leven vindt hij, honderdvoud!"'

 

mijn gemeente

mijn kerk

het is altijd relatief

en relationeel :

het is Christus' kerk.

Hij zegt:

jullie zijn

van mij

niet om je te bezitten

niet om je te beheersen

maar om in vrijheid en met vreugde

verbonden

verantwoordelijk

jullie weg te gaan

 

ik heb je bij je naam geroepen

je bent

van mij

 

Amen