Preek Ds. T. Bouw bij 1 Tessalonicenzen 5 : 5b-11.

Protestantse Gemeente Zaltbommel bijeen in de Sint Maartenskerk

op de zondag van gedenken, 3 november 2019

 

Na de preek zingen wij lied 793.

 

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

 

In een tijd dat gewone post

soms nog in stapels op je deurmat belandde

pikte je er sommige altijd gemakkelijk uit.

Herkenbare brieven waren het :

die met die blauwe kleur

het dunne papier van de luchtpost

het randje van de rouwbrief

dat stempel uit die ene plaats

dat bekende handschrift.

 

Hoe dat bijna 2000 jaar geleden

is gegaan in het oude Europa weet ik niet,

maar wel weet ik dat de brieven

van de vroege christelijke rondtrekkende prediker

en apostel Paulus een eigen herkenbaar handschrift

en vooral een herkenbaar stempel dragen.

Duidelijk zichtbaar staat het er

telkens opnieuw:

geloof, hoop en liefde.

 

Door hem is deze drieslag

zo populair geworden

dat het de levens van velen

heeft gestempeld

door de eeuwen heen

tot op de dag van vandaag.

Kruisje, anker, hartje:

Geloof, hoop en liefde!

 

En toch,

het lijkt erop dat

zich in deze hechte drie-eenheid

een scheiding heeft voltrokken.

 

Liefde

hoop

daar weten we allemaal nog van

of je nou wel of niet van Paulus

hebt gehoord.

 

Maar geloof.

Dat is een ander verhaal.

Dat is niet voor iedereen weggelegd.

Voor de één is dat een bewuste keus:

geloof, daar doe ik niet aan,

voor de ander een onbedoeld gemis:

geloof, ik zou wel willen, maar ik kán het niet.

 

Voor Paulus is het geloof

net als voor velen in zijn dagen

nog net zo vanzelfsprekend

en alledaags terugkerend

als ooit de post op onze deurmat.

 

Alhoewel,

zo simpel ligt het ook weer niet.

Anders was Paulus niet

voor de zoveelste keer in de pen geklommen.

Geloven ging ook toen niet vanzelf.

De mensen in Tessalonica vinden

in ieder geval van niet.

In de levendige bruisende hoofdstand van Macedonië

moet een klein groepje gelovigen zich staande

houden  te midden van zo’n honderdduizend

anders-gelovigen en denkenden.

Dat valt niet mee:

de intimidatie en vervolging neemt toe,

ze voelen zich door Paulus in de steek gelaten,

de nieuwe komst van Jezus op aarde

laat op zich wachten,

er zijn zelfs al mensen gestorven zonder dit mee te maken.

Het lijkt steeds donkerder te worden zonder enig uitzicht op licht.

 

En dan is daar die brief.

Een teken van leven

komend als geroepen

een teken van troost

zoals nog altijd

die brief

of dat kaartje

kan werken.

 

Onmiskenbaar

draagt deze brief Paulus’ stempel.

Al direct prijst hij de Tessalonicenzen

om hun geloof, hoop en liefde,

om later dezelfde drieslag

aan te prijzen

als het beste middel

om zich te wapenen

tegen donkere krachten

en machten.

 

Want als het zo sterk is:

het grote verdriet

de pijn van het gemis

de knagende twijfel

de blijvende stilte in huis

het eindeloos blijven malen-

als dat allemaal zo sterk is

en de verleiding groot is

om een muur van afstand

om je heen op te trekken

trek dan dit aan:

het harnas van geloof én liefde.

 

 

 

 

 

Niet die muur,

maar juist dit zachte harnas :

geloof en liefde

als een tweede huid

die beschermt je

tegen het donker

daarbuiten en in jezelf.

 

En als ook dit zo sterk is:

het gevoel dat het allemaal

niks uit maakt,

dat het allemaal

nergens toe leidt,

die wanhoop -

zet dan dit op

om je hoofd niet verliezen

aan het donker:

de helm van de hoop.

 

Hoop doet leven,

zo zeggen wij altijd beslist.

Maar ga er maar aan staan

altijd optimistisch blijven.

Joris Luyendijk vroeg de Zuid Afrikaanse bisschop

Desmond Tutu hoe hij dat

voor elkaar kreeg.

Wordt hij nooit moe van het voortdurende geweld,

de eindeloze uitzichtloze armoede,

de desastreuze gevolgen van klimaatverandering?

Tutu antwoordde met glinsterende ogen

en een aanstekende glimlach:

Beste Joris, het is geen optimisme wat je ziet,

het is hoop.

Hoop gebaseerd op mijn geloof.

Mijn geloof wat me vertrouwen geeft in het goede van de mensen

en de rotsvaste overtuiging dat we uiteindelijk de goede weg vinden,

welke dat ook moge zijn.

 

 

De goede weg vinden

Paulus is het daar helemaal mee eens.

Waarom?

Omdat geloof niet iets abstracts is

maar voor hem helemaal concreet gevuld,

door iemand, door Jezus.

Geloven is niet vaag

maar durven gaan

met vertrouwen in die Jezus

en in alles waar Hij voor staat:

liefde en hoop in eigen persoon -

de goede weg vinden

ook al is het donker

doe je door elkaar vast te houden

in liefde

en door te blijven lopen

vanuit hoop

 

Geloof kan dus niet

zonder hoop

niet zonder liefde.

De vraag is dan natuurlijk

of hoop en liefde

wel zonder geloof kunnen.

 

Wat denk je:

kun je hoop hebben

zonder geloof?

De ervaring leert

gelukkig dat dat zo is:

veel mensen hebben hoop

zonder dat ze geloof hebben.

 

 

 

 

 

 

 

 

Maar er blijft toch wel iets raars met die hoop aan de hand:

want je hoop richt zich op iets

wat er nog niet is

wat je nog niet kunt zien

want nog niet voor het grijpen is.

Lijkt de hoop daarin toch niet wat op geloven?

 

En dan de liefde:

de ervaring leert

dat bijna alle mensen

liefde kunnen schenken

zonder dat ze geloof hebben.

 

Maar ook met die liefde

is iets raars aan de hand:

iedereen kent het,

niemand doorgrondt het;

iedereen kan het bezingen,

niemand kan het bewijzen.

Lijkt de liefde daarin toch niet wat op geloven?

 

Ja, als je er over nadenkt:

zijn hoop en liefde

dan eigenlijk

niet minstens zo bijzonder

of juist net zo gewoon

als geloof?

 

Geloof stempelt

onmiskenbaar

de brieven van Paulus.

En in de kerk steken we niet onder stoelen of banken

dat we ook hier proberen te leven

vanuit dat geloof

met alle twijfels en vragen

die we weleens hebben.

 

 

 

Maar het bijzondere is

dat we juist dan  

met Paulus bereid moeten zijn

om als het er op aan komt

die hoop en ja, ook het geloof, p

aan de kant te schuiven.

 

Als het erop aan komt..

in de Bijbel komt dat overeen met wat er verteld wordt

over wat er aan komt

hoe het zal zijn in

het Koninkrijk van God

de nieuwe wereld die komt;

 

In die nieuwe wereld

is geloof niet meer nodig

omdat God bij de mensen

en de mensen bij God zullen zijn;

in die nieuwe wereld

is hoop  niet meer nodig

omdat alle hoop vervuld is.

Dus wat er overblijft?

Dat is liefde.

 

In geloof

blijven wij

ondanks alles

hopen

op die nieuwe wereld

waar alles liefde is.

Maar daar blijft het niet bij:

In geloof

zeggen wij

daarom ook

dat overal waar nu

liefde is

nu al iets van

die nieuwe wereld

zichtbaar wordt.

 

Of we ons zelf

nu gelovig noemen

of niet,

wandelen met God,

verlangen naar God,

zoeken naar God

of afscheid van Hem

denken te hebben genomen;

we spreken

allemaal

die taal

de taal

van de liefde.

 

En liefde

blijft niet stil,

liefde spreekt

zoekt naar gebaren

zoekt naar woorden

zoekt naar

samen

niet alleen

 

Gestempeld

door de liefde

zijn wij het

wij gewone mensen

als een brief

die je er overal

tussen uitpikt

herkenbaar

als een brief uit de hemel.

 

Amen