Protestantse Gemeente Zaltbommel

Preek Ds. T. Bouw

gehouden op zondag 16 februari

bij Exodus 2 : 1 - 10 en Johannes 1 : 1 - 10

 

 

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

 

Als kind was het dorp waar ik opgroeide míjn wereld,

mijn héle wereld, want alles speelde zich er af,

en het jaarlijkse klerenkoop- uitstapje naar Amersfoort

voelde als een heuse wereldreis

waar ik dan ook prompt in huilen uitbarstte toen ik

in die enorme winkel even mijn moeder niet meer zag.

Kinderen van nu hebben soms als meer van de wereld gezien

dan ik in mijn hele leven ga doen

en groeien op tot echte wereldburgers

die nog gemakkelijker naar Azië reizen

dan ik toen naar Amersfoort.

En kinderen van over heel de wereld

reizen naar ons land, voor even of voor altijd,

uit vrije wil of uit barre noodzaak.

 

Er is eigenlijk in korte tijd enorm veel veranderd

en iedereen reageert daar weer anders op.

Ik ontmoet mensen die het heel fijn vinden

dat hun wereld bekend en vertrouwd is  en blijft,

en dat ze daarbinnen familie en vrienden onder handbereik hebben.       

Ik ontmoet ook mensen die het heel fijn vinden

dat hun wereld groter en diverser is geworden

dat ze kunnen kiezen waar ze gaan wonen en werken

en zelf hun eigen wereld vorm kunnen geven.

 

Je hebt wereldburgers en je hebt burgers

die van hun eigen wereldje houden,

en helaas worden die nogal eens tegen elkaar uitgespeeld;

het is niet zo moeilijk mensen die denken vanuit het wereldperspectief

weg te zetten als bedreiging voor eigen volk en natie,

het is ook niet zo moeilijk om mensen met een warm hart voor het eigen wereldje weg te zetten als wereldvreemde nationalisten.

 

 

 

Maar in welke wereld jij je ook vooral thuis voelt

dat we inmiddels allemaal in verschillende werelden leven

dat is een gegeven.

 

Ga maar na:

Er is de wereld van je opvoeding, en de wereld van het volwassen worden.

Er is de wereld van het werk en de wereld van de vrije tijd,

de wereld van internet en media, van voetbal en van kunst,

de wereld van geloof en van kerk,

de wereld van geen of ander geloof,

de wereld van onderwijs en de wereld van de zorg,

de wereld van de voedselbank en de wereld van de rijken,

de wereld van de stad en die van het platteland,

en dan heb ik het nog niet eens over die

wondere werelden van vliegvissen, modelbouw,

stripverzamelaars of vogelaars,

Fifa en gamen

valentijnsdag

en uiteraard

carnaval.

 

Heel veel werelden

met steeds weer andere mensen

binnen die ene grote wereld

een totaal andere wereld

dan die van de Bijbel

en toch vragen wij ons vandaag af:

wat valt daar dan vanuit geloof

over te zeggen,

over iets als ''de wereld''.

 

Binnen het christelijk geloof zijn er stromingen die zeggen

een duidelijke tweedeling te zien:

je hebt de wereld van God

en je hebt de wereld van de duivel

en die twee zijn in één grote strijd verwikkeld.

Je kunt in deze wereld niet tot beide werelden behoren

het is óf van de Heer, óf van de duivel.

Deze Christenen weten ook precies aan te wijzen

waar de duivel aan het werk is:

in linkse politici en feministen en wetenschappers en kunstenaars

en natuurlijk in moslims.

Wie deze bestrijden strijden aan de goede kant,

en dus steunen deze Christenen iemand als Trump

en nemen ze voor lief dat hij ronduit onfatsoenlijk

en leugenachtig is.

Dit complotachtige denken over de huidige wereld

is in Nederland nog niet zo sterk aanwezig

maar wint aan invloed

juist weer omdat de wereld zo klein is geworden.

 

Ik geloof dus helemaal niks van deze benadering,

al lijkt juist het Bijbelboek Exodus

op het eerste gezicht zo te denken.

Is daar niet één grote strijd gaande

tussen God en zijn tegenstrever,

hier in persoon van de Farao?

En daarmee tussen het volk van God

en het volk van de Farao

en is niet juist heel duidelijk aanwijsbaar

wie er hoort bij de wereld van God

en wie bij de wereld van de Farao?

 

Neem Mozes de Israëliet!

Mozes :  kind van Israël, kind uit een priesterlijk geslacht,

strijder voor God, leider van het volk van God.

Of ...  is het Mozes de Egyptenaar?

een voluit Egyptische naam,

kind van een Egyptische prinses

aan de leiding als kleinzoon van Farao.

Mozes wordt geboren

en wordt ons direct gepresenteerd

als burger van twee werelden

zoon van Israël én zoon van Egypte.

 

De Egyptische Naam Mozes blijft klinken

al wordt het associatief ook verbonden

met het Hebreeuwse woord voor uittrekken.

Juist dit dubbele paspoort

deze dubbele loyaliteit

de dubbele leerschool

van paleis en woestijn

zal hem straks geschikt maken

om zijn volk uit de slavernij te leiden.

 

Daarmee wordt meteen het simpele schema doorbroken

Israël met God aan de ene kant

en Egypte zonder God aan de andere kant.

God laat zich niet beperken tot één wereld

die wij zouden kunnen aanwijzen.

En mocht je nog niet overtuigd zijn

let dan eens op de vrouw

die hier het leven van de kleine Mozes redt

en een onvoorstelbare wending geeft.

 

Het is niet de eerste de beste

haar vader is niemand minder dan de Farao

dus weet ze drommels goed van zijn

angst dat dit slavenvolk te groot zal worden;

weet ze van huis uit van zijn politiek

om dit volk klein te houden;

is ze groot geworden met het

kleinerend en hatelijk gepraat

over dit minderwaardig volk van de Joden;

en weet ze vooral dat ze haar eigen leven op het spel

zet door tegen haar vader in te gaan

die als god op aarde wordt gezien ...

 

En toch gebeurt het

toch dient ze hier de God van Israël

zonder dat te beseffen -

niet alleen door dit kind van de dood te redden

maar er ook verantwoordelijkheid voor te nemen

en het als haar eigen kind te adopteren.

 

Verbazingwekkend!

Of toch niet?

Dit verhaal uit Exodus

brengt ons terug

in Genesis

het boek van de Schepping:

het kind is mooi, 'tov' , goed, op zijn Hebreeuws

dat woord wat telkens in Genesis klinkt:

God zag dat het goed was;

het mandje van Mozes

is letterlijk een arkje

verwijzend naar de ark van Noach

waarin God

zijn schepping

bewaarde als nieuw

redde uit het water van de dood.

 

En als wij God

als onze Schepper belijden

-dat wil in geloof zeggen

dat God vanaf het allereerste begin

met deze wereld verbonden is,-

als we dat belijden,

dat moet het ons niet verbazen

dat in héél die schepping

in heel deze wereld

en in alle werelden

sporen van God

te vinden zijn,

dat in álle mensen

de Geest van God

werkzaam wil zijn.

 

En als wij ook  nog Hem serieus nemen

naar wie genoemd zijn

Jezus Christus

dan moet het ons zeker niet verbazen;

 

 

heel Johannes 1 ademt

de Geest van de Schepping

en noemen we Jezus niet het licht der wereld

de héle wereld wel te verstaan,

niet een stukje daarvan toch?

 

Als wij in geloof

de wereld van het licht

met God verbinden

dan zeggen wij daarmee vooral

dat dat licht

overal wil schijnen

overal kan schijnen

en nooit zal doven.

 

Maar die wereld van God

is niet eenvoudig aanwijsbaar

op de wereldbol

en zeker niet aanwijsbaar

in één bepaald gebied

in één bepaald land

in één bepaalde groep of kerk;

het gaat veel meer

om de invloedssfeer

van de wereld van God;

of in andere taal

de wet van het Koninkrijk van God;

waar dat straalt

waar dat heerst

dáar is Gods wereld.

En díe wereld van God, van het LIhct

wordt gezet tegenover de wereld van het donker.

Dat is dus iets anders

dan de héle wereld slecht verklaren,

of alleen de wereld van het christendom goed.

 

 

 

Natuurlijk mag je blij zijn met en trots zijn op

je eigen land en eigen volk, je eigen wereldje,

maar in geloof weet je

dat er meer is op deze wereld

meer dan jouw eigen wereld

véel meer.

 

Het boek Exodus

kent heel mooi beide bewegingen:

het vertelt van de geboorte van Israël,

als een specifiek volk

en een specifiek natie,

maar vertelt tegelijkertijd

ook dít grensverleggende

wereldwijde verhaal.

 

Grenzen verleggen

kloven overbruggen

dat is precies wat de Egyptische prinses doet,

ze sluit een verbond

met het Israëlische meisje en haar moeder

om zo het leven van dit kind te redden;

en betaalt hier ook nog

de slavinnen van haar vader voor.

Onverwachte humorvolle wendingen

door haar onverwachte optreden.

 

Maar waarom doet ze dat?

En wat drijft haar daarbij?

Wat is de kracht die deze Egyptische prinses stuwt

de drijvende kracht van God en van Jezus

de  ook de stuwende kracht

van de wereld van God is?

 

Ze ziet het kind

en ze voelt medelijden,

zo staat er.

 

 

Medelijden

mededogen

Compassie

naastenliefde

liefde

de grootste gave

het hoogste dat,

zo zeggen we in geloof,

de Schepper in de wereld

heeft ingeschapen.

 

Dan hoef je elkaars taal niet te spreken

om elkaar toch te verstaan;

dan kun je houden van je eigen wereldje

of juist onbekende werelden willen ontdekken;

maar liefde maakt dat je de mens

in al die werelden niet uit het oog verliest.

 

Dit soort compassie en liefde

is veel meer dan een plotseling gevoel.

De prinses verbindt aan haar gevoel van medelijden

ook verantwoordelijkheid

ook creativiteit

ook handelen voor de lange duur.

 

Bijbelse liefde is voelen, is doen,

maar vooral een zaak van het hart,

bij ons de plek van het voelen,

maar in Bijbeltaal de plaats van de wíl.

Die wil kun je oefenen, en waar deze wil is... !

 

Nee, ook deze liefde is geen wondermiddel

geen garantie tegen ruzies

de strijd tussen licht en donker duurt voort

maar het is wel in staat

om licht in het donker te brengen

om verbindingen tussen werelden te leggen

en nieuwe werelden te scheppen

Amen