Protestantse Gemeente Zaltbommel

Preek Ds. T. Bouw op zondag 1 maart 2020 bij Exodus 3 : 1 - 15

 

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

 

“In vuur en vlam voor het kerkelijk centrum”.

Onder dat motto heb ik in mijn jeugd heel wat luciferdoosjes

verkocht om de bouw van kerkelijk centrum ‘’de Aker’’ in Putten te financieren.

Wie in vuur en vlam staat voor iets of iemand,

gaat op pad en steekt de handen uit de mouwen

dan wel diep in de portemonnee.

Het goede doel zet mensen in beweging,

en christenen hebben op dit vlak een lange en goede reputatie.

Ook op onze eigen gemeente kunnen we dat betreft best trots zijn!

En juist deze verbondenheid, deze solidariteit,

herinneren we ons in de veertigdagentijd.

 

Solidariteit kent alleen wel zijn grenzen

en lijkt weleens meer dan ooit onder druk te staan of te ontbreken.

Zoals bij Mozes.

Die voelt er in ieder geval niks meer voor om de ramp die het volk Israel ver weg in Egypte treft tot de zijne te maken.

En anders dan in onze tijd, waar niet alleen nieuws maar ook virussen zich

razendsnel verspreiden, kan hij zich ook afzijdig houden.

Zelfs het goddelijk vuur slaagt er niet in hem in vuur en vlam te zetten voor de goede zaak van de bevrijding.

 

Zelfs in dit oeroude verhaal, waar mensen en God vaak van een totaal ander kaliber zijn dan in verhalen in onze dagen, is Mozes zo heerlijk herkenbaar menselijk met zijn ‘’ja maars’’, de vragen en tegenwerpingen.

Heerlijk menselijk is ook zijn reactie op die brandende doornstruik;

‘Hoe kan dat nou? Dat ga ik eens even van dichtbij bekijken?”

Het is de menselijke nieuwsgierigheid en onderzoeksdrift die ons op allerlei gebieden zo heel ver heeft gebracht.

Maar dit is een gebied waar andere regels gelden.

“Kom niet dichterbij, trek je sandalen uit, want de grond waarop je staat, is heilig”. Er bestaat zoiets als ‘heilige grond’.

Dat gebied waar God zelf zichtbaar en tastbaar aanwezig lijkt te zijn.

Waar eerbied en stil staan je dichter bij het geheim,  

dichter bij God brengt.

Dat gebied waarop de enkele mens zijn eigen unieke relatie met de Eeuwige heeft, en waar niemand aan heeft te komen.

Heilige grond, ander gebied.

Maar wel begaanbaar.

Het is geen verboden terrein met prikkeldraad erom.

Heilige grond kan blijkbaar overal zijn, hier op deze aarde,

met je voeten in de klei en het zand tussen je tenen.

 

Mozes staat op heilige grond, stelt zich open voor wat God hem te zeggen

heeft op al zijn vragen en tegenwerpingen.

En als de 40dagentijd dan ook een leertijd is

dan is dat misschien voor meerderen onder ons een leerpunt:

even je bedenkingen parkeren

en je openstellen voor het heilige

je verwonderen over het mysterie

je laten leiden door die Stem die jou roept.

 

En wat hoort Mozes als hij dat doet?

‘Ik ben toch met je, Mozes!’   ‘Ik zal bij je zijn’. 

God zal met hem zijn.

Maar wie is die God eigenlijk, met wie hij in Egypte moet aankomen?

Wie ben jij, die tot mij spreekt? Wat is Uw Naam?

Want zo ging dat in het oude oosten, weet je de naam, dan ken je iemands wezen. Nu was er al het een en ander over deze God gezegd:

hij is de God van de vaderen. Niet de minsten, Abraham, Izak, Jakob!

Is dat dan niet genoeg? Blijkbaar niet.

Niet voor mensen van een nieuwe generatie,  

zoals wellicht de Israëlieten in Egypte,

die niets meer weten van de geschiedenis

van God met de voorvaders en -moeders.

God geeft Zijn Naam en daarmee zijn wezen aan deze Mozes prijs.

Het is daarmee tot een kerntekst van de bijbel geworden.

‘Ik ben die ik ben’ staat er.

Een vreemde naam, en een dubbelzinnig antwoord.

 

 

Aan de ene kant bijna niets-zeggend.

En niet zonder reden lijkt mij!

Opdat wij mensen nooit zullen denken dat wij het wezen van God

zo kunnen doorgronden en kennen,

dat we gaan denken God als het ware ‘’in onze zak te hebben’’  

en daarmee kunnen claimen en misbruiken.

 

Aan de andere kant zeer veel-zeggend.

Twee keer klinkt een werkwoord,  ‘zijn’.

Deze God is een  God in beweging: “ik ben er, ik was er, ik zal er zijn”.

Hij blijft niet ver, maar hij laat zich raken en daalt af om erbij te zijn.

Als een vuur van hoop in moeizame tijden

voor de meest geringen onder de mensen.

De braamstruik, de doornstruik, stond bekend als de geringste onder de struiken. Daarin  openbaart zich het vuur van Gods liefde:

midden tussen de geringste onder de mensen,

zijn slaven volk in de pijnlijke dorens van Egypte.

 

Zoals Jezus zelf zich als een vlam van hoop bewoog tussen de allerminsten.

Juist deze weken volgen we ook zijn weg,

een weg bepaald door merktekens uit het verleden: uittocht en bevrijding,

Mozes en zíjn weg door de woestijn

in de Naam van deze God.

Jezus zal de naam van God ‘ik zal er zijn’ met zijn eigen leven spellen:

van het lichtend vuur op de berg de gaat het straks weer naar beneden,

bij anderen in hun pijn en lijden blijvend,

geraakt, getroffen en getekend door de rampen van de mensheid.

Solidair tot het uiterste.

 

De grote profeet Mozes is daar nog niet bepaald van.

Hij had genoeg hectiek meegemaakt,

maar nu had hij eindelijk rust gevonden, bij zijn schapen, in de woestijn,

bij zijn gezin en sympathieke schoonvader.

Het lijkt wel of hij, inmiddels een jaar of 80,

absoluut niet op nieuwe onrust zit te wachten.

Want nog tot in het volgende hoofdstuk is hij met God in discussie

die hem oproept voortaan niet de kudde van zijn schoonvader,

maar de kudde van zijn hemelse vader te leiden.

Toch komt het ervan, weten wij natuurlijk:

hij laat zich tóch betrekken bij de ramp die het volk in Egypte treft.

Hoe het zover komt?

 

Nou, niet door een beroep te doen op zijn sentiment,

niet door een beroep te doen op zijn plichtsgevoel,  

niet door te dreigen met hel en verdoemenis,

maar door hem te roepen. Te roepen bij zijn eigen naam.

 

Geloven is weet hebben van zo’n  roeping.

Een roeping die heel persoonlijk van kleur is, maar die ieder mens wel heeft,

of je nou gevoelig en snel in vuur en vlam staat,

of zakelijk bent en meer van het type ‘kouwe kikker’.

Je wordt geroepen bij je eigen naam.

 

Waartoe worden we geroepen?

Ja, misschien wel tot waarachtige solidariteit,

al is dat woord van later tijd en nergens in de bijbel te vinden.

Je zou denken dat vurige liefde voor de naaste,

zoals bij God en bij Jezus,

ook de voornaamste basis van onze solidariteit is.

Maar is dat zo?

Natuurlijk, God werd met ontferming bewogen.

Maar er staat ook : God dacht aan zijn verbond.

Denken aan het verbond

je bewust zijn van de saamhorigheid van de mensen

dat is volgens mij de basis

en niet primair je gevóel van sympathie.

Het is toch onmogelijk om in vuur en vlam te staan

voor alles en iedereen?

 

Als Mozes af had moeten gaan

op zijn sympathie

zijn gevoel

was er van zijn solidariteit weinig terecht gekomen.

 

 

 

Solidariteit is veel meer dan sentiment,

het is het weten van een gegeven verbondenheid,

het besef

van wat in wij in geloofstaal het Verbond noemen.

Als kinderen van dat verbond worden wij geroepen

en wordt er een beroep op je gedaan

ook in dit land

ook in deze stad

ook in deze wereld.

Solidariteit is je bewust zijn van saamhorigheid

en de bereidheid om de consequenties daarvan te dragen.

 

Net als bij Mozes weerhouden menselijke gevoelens

als angst en onzekerheid,

behoefte aan veiligheid en vertrouwen,

ons ervan om die roepstem na te volgen

gestalte te geven aan het verbond van alle mensen.

Wie ben ik ? Wil ik dat wel? Kan ik dat wel?

 

Dan antwoordt God  ook ons :

Ik ben bij je.

Ik was bij je, ik zal bij je zijn.

We gaan niet alleen.

Mozes volgen op zijn weg.

Jezus navolgen in zijn solidariteit

is ook af en toe stilstaan

stilstaan als op heilige grond.

Is je in vuur en vlam laten zetten door de Geest van God.

Dat kan niet zonder pijn

van de stekels en de dorens die jou of je naaste raken .

Maar zelf opbranden is nooit de bedoeling.

Het vuur van Gods Geest vernieuwt, reinigt en verwarmt,

maar wil ons niet verteren!

 

God heeft in al zijn vurige liefde voor zijn volk

toch volop aandacht voor deze ene mens, de kwetsbare Mozes.

Zijn grote doel heiligt niet het middel,

en dat is het nooit als het om mensen gaat.

De doornstruik van het leven

wordt wel in vuur en vlam gezet,

maar blijft ongeschonden

en raakt zelf niet opgebrand.

Ook daarin is God

met ons

bij ons

solidair

als geen ander.

 

 

Amen