Preek Ds. T. Bouw bij Exodus 4 : 10 - 20 en 27 - 31.

Protestantse gemeente Zaltbommel,

tweede zondag veertigdagentijd 2020.

 

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

 

Wat bezielt Mozes?

Nog maar kort geleden staat hij bijna huilend

van ontroering en vervoering

bij de brandende braambos

rakelings nabij  God die zegt

ga maar

ik ben bij je,

en nu probeert hij diezelfde God

van zich af te houden

en weet hij die zelfs kwaad te krijgen.

Knap gedaan Mozes!

 

Wat bezielt Mozes toch?

Nou, alles wat een menselijke ziel

maar in beroering kan brengen;

alles wat je ziel in beweging kan brengen

maar je juist kan verhinderen om in beweging te komen.

 

Onzekerheid.

Wie ben ik dat ik naar de farao zou gaan

en de Israëlieten uit Egypte zou leiden, zei Mozes meteen al.

Ze zien me aankomen!

De farao is mijn vader niet meer

en de Israëlieten zijn niet mijn volk,

ik hoor nergens bij.

En wie bent U eigenlijk, God?

Met wie kom ik daar eigenlijk aan zetten?

 

Kortom :

Kan ik dit wel?

Hoor ik er wel bij?

Is God er wel?

Is God er wel bij?

Het zijn vragen die je ziel kunnen bewegen

maar je verhinderen om te gaan.

 

En God neemt die vragen serieus, telkens weer.

Hij luistert, hij antwoordt,

en probeert Mozes te bewegen te gaan.

Ga, en help mijn volk!

 

Ja, maar ze zullen me vast niet geloven

en niet naar me luisteren.

De Egyptenaren staan me naar het leven

en zien me als een Israëliet,

de Israëlieten vertrouwen met niet

en zien me als een Egyptenaar.

Ik sta volstrekt met lege handen!

 

Wat heb je daar in je hand Mozes?

Mozes kijkt.

Ziet zijn staf. Zijn herdersstaf.

Om een weg te banen.

Om de kudde te leiden.

Om de boze dieren te verjagen.

Met lege handen gaat hij niet.

Want met God die met hem gaat

wordt die staf

- zeg maar alles wat hij in de loop der jaren in handen heeft gekregen

om een leider te zijn -

die staf

wordt tot een instrument in de handen van de levende God.

 

Hij hoeft niet iemand anders te worden,

geen strijder met een pijl en boog

geen koning met een zwaard

maar een herder

een herder die de kudde voorgaat

die de weg wijst

die de boze dieren wegjaagt-

 

 

 

maar ook een herder

die weet heeft van lange eenzame nachten

en lange hete dagen;

van beproefd worden in de woestijn

en van het vinden van heilige grond ;

van je eigen kwaliteiten leren kennen

maar ook je eigen beperkingen;

 

Daarover gesproken, Heer, zegt Mozes,

over die beperkingen

ik ben geen goed spreker,

ik kan nooit de juiste woorden vinden

en daarin is geen verandering gekomen.

 

Geen verandering.

Soms is er een verbetering

als het gaat om aandoeningen en beperkingen,

maar veel vaker is er geen andere weg

dan er beter mee leren omgaan:

misschien bij jou ook wel

moeilijk uit je woorden komen

dat spraakgebrek

of dat gestotter,

of die heel andere beperkingen

op het lichamelijke of geestelijke vlak;

bij anderen zijn het de gebeurtenissen

uit het verleden

die gewelddadige of ongezonde relatie

de liefdeloosheid in je jeugd

die jou tot op de dag beperken.

 

Mijn beperking, Heer, daar is geen verandering in gekomen,

ook niet nu U zelf tegen mij hebt gesproken

aldus Mozes

 

 

 

 

 

Zoiets moet je natuurlijk niet zeggen tegen de Schepper van hemel en aarde.

Die weet namelijk alles van de mensen

die Hij zelf geschapen heeft.

Komt goed, Mozes, zegt God,

je mag gaan zoals je bent, inclusief je beperking,

want ik zal bij je zijn als je moet spreken

en je de woorden in de mond leggen.

 

Al wat menselijk is brengt ook de ziel van Mozes in beroering

en verhindert hem zo om te gaan:

ik durf het niet, ik kan het niet,

dat weet ik, zegt God,

maar ik ben bij je, ga nu maar.

 

Nou Mozes, als je zo zeker weet dat God er is

liefdevol en machtig

als je die God zó nabij mag ervaren

en als die God bij je is waar je ook gaat,

wat zou je dan nog kunnen schaden?

Wat is Mozes een bevoorrecht mens,

dus hupsakee, genoeg gepraat en gedraald,

pakken die staf en gáan!

Dit is je kans om

je rechtvaardigheidsgevoel opnieuw te laten spreken.

Want die passie is toch nog niet gedoofd?

Die passie die je voelde toen je

opkwam voor je slavenbroeder,

toen die twee aan het vechten waren,

toen die vrouwen werden belaagd.

Dit is je kans om alsnog

te strijden voor een rechtvaardige zaak!

 

''Neemt u mij niet kwalijk, Heer,

stuur toch iemand anders, wie u maar wilt."

Mozes kan het niet

Mozes durft het niet

maar ten diepste:

Mozes wil het niet.

En waar geen wil is,is ook geen weg.

En nu, zo vertelt het verhaal,

nu lijkt de Heer toch eindelijk zijn geduld te verliezen

nu wordt de Heer kwaad.

Nou, en als God kwaad wordt, zeker in het Oude Testament,

berg je dan maar,

dat gaat dan vaak met het nodige geweld gepaard,

tot ons verdriet en onbegrip.

De Heer wordt kwaad.

Nu is het klaar Mozes!

Ik wees je de weg, wegwezen nu! Ga!

 

Vragen staat vrij, altijd en overal, ook in het geloof,

maar voortdurend blíjven vragen

is niet altijd heilzaam.

Niet alleen kom je dan tot niets,

maar je vragen worden er ook niet door opgelost,

juist door te gaan ontdek je nieuwe wegen.

Wie niet durft, kan onderweg moed vatten.

Wie niet kan, mag onderweg het nodige leren,

wie niet wil, krijgt gaandeweg de spirit toch te pakken.

 

En het meest bijzondere vind ik

dat God in zijn kwaadheid

precies het juiste middel weet te vinden

om Mozes te laten gaan.

Het is niet de boosheid van God,

niet de angst of het ontzag voor God

die Mozes dan eindelijk in beweging krijgt.

Het is de belofte

dat hij niet alleen hoeft te gaan.

Het ''ik ben bij je'' krijgt concreet gestalte

in een mens als hij

iemand die zijn broeder is

iemand die hem aanvult

iemand die zal zeggen:

ik zal verwoorden wat jij wilt zeggen

ik zal naast je gaan en naast je staan

ik ben bij je Mozes

 

Aäron komt hem tegemoet, in de woestijn.

Aäron en Mozes zullen sámen gaan

met hetzelfde doel en dezelfde passie

en toch allebei zo anders

met eigen taken en eigen rollen

en ook eigen beperkingen

zo zal later blijken

als Aäron anders dan Mozes

wél zal bezwijken onder de druk van het volk.

 

Maar Aäron en Mozes zullen voortaan

als in één adem worden genoemd,

de priester en de herder:

zij zullen leiding geven

aan de bevrijdingsoperatie

aan de uittocht uit Egypte.

 

Want dat is wat God wil:

en waar die wil is,

daar kómt een weg.

 

God met ons

en wij met God

samen

op de aarde

 

Amen

 

 

 

 

6