Paaspreek 12 april 2020 Jos de Heer

 

Johannes 12,24-25:

Voorwaar, voorwaar, Ik zeg jullie,

als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij zelf alleen.

Maar als hij sterft, draagt hij veel vrucht.

25 Wie zijn ziel liefheeft, verliest haar en wie zijn ziel haat in deze wereld,

bewaart haar voor eeuwig leven.

 

We hebben deze crisis niet gewild, maar hij is er en we moeten er wat mee.

 

Moeder aarde verdraagt het allemaal niet meer en deelt een ferme tik uit. Nu dat zo is, is de vraag of we ons laten gezeggen door moeder aarde en we bereid zijn de lessen te leren. Twee uitspraken hoor je de laatste weken steeds weer:

  • Het kon niet op, voor de meesten althans- steeds meer kwam er ook een tweedeling van mensen van rijken en armen, ook hier in eigen land. Ongebreidelde groei, want de god van de economie bepaalt hier alles, ten koste van de armen en de natuur- kinderen van de rekening.
  • Zo kon het niet doorgaan. Een moordend tempo in onze samenleving. Alles moet nu gebeuren, nu klaar zijn, snel, snel. De files deden al voorbereidend werk doordat ze ons tempo frustreerden. Hard en lang werken, veel reizen, hoe verder hoe mooier en uitgaan, waren tekenen dat je ertoe deed. Grootste scheldwoord ‘thuis achter de geraniums’- ja daar zitten we nu. Leven op afbetaling, met een veel te grote hypotheek, die nu afbetaald moet gaan worden.

 

Want we wisten dit alles natuurlijk al lang, eigenlijk, achteraf ja, maar ja we zaten op een razendsnel rijdende trein en wie durft daar vanaf te springen? Het is de hogesnelheidstrein van de mondiale samenleving die de natuurlijke spanning tussen leven en dood heeft ‘opgelost’ door eenzijdig voor het leven te kiezen, voor levensvolheid en geluk, gezondheid, welvaart, kracht, schoonheid, vitaliteit, macht en overwinning, voor een maakbare wereld.

Prachtig, en een volkomen begrijpelijke voorkeur, want het leven is mooi als het zo is, maar er is ook een andere dimensie, die ons nu eenmaal óók overkomt: ziekte, ongeluk, slachtofferschap, lijden en uiteindelijk: allemaal gaan we eens dood. Daar zitten we niet op te wachten, maar dit overkomt ons nu eenmaal gewoon, soms zomaar!  Leven is ook lijden en dood. En dat doet niet alleen afbreuk aan het leven, maar kan dat leven een diepe zin verlenen. We zijn eenzijdig doorgeslagen en moeten opnieuw het leven leren met lijden en dood erbij. We zijn het vermogen om te lijden kwijt geraakt.

 

Het symbool van onze maakbare samenleving die uit is op control van deze ramp, is op dit moment “’ het IC bed’ – de journaals en discussies gaan bijna nergens anders over, dat is onze redding. Zeker, als er brand is moet er geblust worden, maar daarna moet er wel meer gebeuren en alles opnieuw opgebouwd worden.

 

Nu staat die eerst voortrazende trein stil, bijna overal op de hele wereld, ongekend historisch moment.  Nu die trein stilstaat, stappen we uit, we zijn bezig onze wonden te likken en kijken vol verbazing om ons heen en in onze ziel, wat gebeurt hier? Ja daar zijn we nog wel even mee bezig. Hoe verder weet nog niemand. Maar één ding weten we wel- zo gaan we nooit meer verder!!! Die rat-race gaan we niet meer lopen, willen we niet meer. Maar het kan ook niet meer, naar je moeder moet je altijd goed luisteren, want ze heeft het beste met je voor, zeker als die moeder aarde heet en de Schepper onze Vader die in de hemelen is. Als je niet goed leeft, keert het leven zich tegen je, zoals deze virus als bouwstof van het leven nu het leven aantast.

 

Vele stemmen gaan op om deze crisis aan te grijpen als kans om onze wereld een radicale vernieuwingsbeurt te geven. Er zijn ook gelukkig heel veel creatieve initiatieven ontplooid waarin mensen vanuit liefdevolle verbondenheid er voor elkaar zijn, elkaar helpen en ondersteunen.

 

Wil er echte vernieuwing komen, moet het oude losgelaten worden en sterven. De graankorrel moet in de aarde vallen en sterven, pas dan vrucht. Het oude moet sterven, verliest zijn betekenis vanuit het nieuwe dat staat te komen. Niemand wil loslaten wat ie heeft, het is hebben en houwen. We zijn gehecht aan onze welvaart, ons comfort, te kunnen doen en laten wat jij wilt, reizen, kopen.

 

Leven is ook lijden en dood. En dat doet niet alleen afbreuk aan het leven, maar kan dat leven een diepe zin verlenen. Dat is niet makkelijk en moeten we gewoon weer gaan leren. In de leerschool bij ernstig en langdurig zieken, gehandicapten, broze ouderen die ‘leven midden in de dood’  om een vermoeden van zin op te doen.

 

En zeker op Pasen bij Jezus, die met het oog op zijn afwijzing door de mensen en zijn aanstaande gruwelijke dood aan het kruis, erop vertrouwd heeft dat God in staat voor het leven en dat zijn dood is als gezaaid worden om in nieuwheid te ontkiemen. Dat  het kwade overwonnen wordt door het goede. Jezus gaf alles wat Hij had aan liefde.

Zijn liefdevolle leven voor anderen is in de dood vruchtbaar geworden tot op de dag van vandaag doordat door Jezus Gods liefde zichtbaar en tastbaar gemaakt wordt in al die mensen die Hem in liefde navolgen. Jezus is zelf het goede zaad, dat veel vrucht zal opbrengen. God staat daar voor in, het licht overwint iedere duisternis!

 

Hebben of Zijn  (Ed. Hoornik)

 

Op school stonden ze op het bord geschreven,

het werkwoord hebben en het werkwoord zijn;

hiermee was tijd, was eeuwigheid gegeven,

de ene werkelijkheid, de ander schijn.

 

Hebben is niets, is oorlog, is niet leven,

is van de wereld en haar goden zijn.

Zijn is boven deze dingen uitgeheven,

vervuld worden van goddelijke pijn.

 

Hebben is hard, is lichaam, is twee borsten,

is naar de aarde hongeren en dorsten,

is enkel zinnen, enkel botte plicht.

 

Zijn is de ziel, is luisteren, is wijken,

is kind worden en naar de sterren kijken,

en daarheen langzaam worden opgericht.

 

Daarheen langzaam worden opgericht, ja geen makkelijke snelle oplossingen, maar wel beginnen met wakker worden en opstaan, een nieuwe dag met nieuwe kansen. Niet vanuit de angst of de kramp, maar vanuit de kracht van God de Schepper, die Jezus uit de doden heeft opgewekt, sta op, wees creatief, doe wat je hart je ingeeft en draag je steentje bij aan de opbouw van die nieuwe groene wereld zoals Jezus, laat de liefde opstaan, zoals lied 625 bezingt:

 

Groen ontluikt de aarde uit het slapend graan,

nu de zon de zaden roept om op te staan.

Liefde staat op, wordt wakker uit de dood.

Liefde draagt, als koren, halmen, vol en groot.

 

Onder steen bedolven lijkt de liefde Gods.

Rest haar niets dan rusten in de harde rots?

Diep in het graf is Hij de weg gegaan

van het zaad dat stervend nieuw ontkiemt tot graan.

 

Zaad van God, verloren in de harde steen

en ons hart, in doornen vruchteloos alleen-

heen is de nacht, de derde dag breekt aan.

Liefde staat te wuiven als het groene graan.