Artikelindex

"Kerst, het feest van samen" 

 

“Samen zijn is samen lachen, samen huilen. Leven door dichtbij elkaar te zijn. Samen zijn is sterker dan de sterkste storm, gekleurder dan 't grauwe om ons heen. Want samen zijn, ja samen zijn, dat wil toch iedereen.” Zo zingt dat liedje. Samen zijn, dat wil toch iedereen, en zéker met het kerstfeest. Komt allen tezamen!


Samen zijn hoeft echter niet te betekenen dat je met véel mensen bij elkaar bent. Soms heb je genoeg aan elkaar, zoals bij Jozef en Maria. Ze zijn samen en dat is genoeg. Genoeg om zich niet alleen te voelen in de toch barre en bijzondere tijden waarin ze zich bevinden. Een partner, een man of vrouw, aan je zijde, waarmee je het goed mag hebben. Dat is samen zijn waarmee je de hele wereld aan kan. Daarom kan
het ook zo’n pijn doen als diegene niet meer bij je is of je diegene nooit hebt mogen ontmoeten. Of als je wel samen leeft, maar je je eigenlijk doodeenzaam voelt. Van Jozef en Maria krijgen we op een of andere manier echt wel dat beeld van goed sámen zijn. En dan wordt dat ook nog bekroond met de geboorte van Jezus. Daarmee worden zij de beroemdste familie van de geschiedenis.
En familie en kerst, ja ook dat is een gouden combinatie. De meeste mensen vieren nog altijd het liefst kerst in het gezin, met de familie. Dat is natuurlijk erg leuk, maar soms ook erg lastig. Want in families gaat het er lang niet altijd zo vredig aan toe, en je kunt je juist zo eenzaam voelen als je je er buiten voelt staan, of géen familie hebt die jou in hun midden welkom heet.


Geen plaats. Geen plek voor jou. Geen plek in de herberg. Samen zijn kan ook iets afgeslotens hebben. Wij lekker met zijn twee, wij lekker met elkaar, gezellig, maar jíj hoort er niet bij. Geen plek meer, niet aan onze tafel, niet in ons huis, niet in onze kerk, niet in ons land. Zeker nu door corona de plekken nog schaarser lijken te zijn en gastvrijheid onder druk staat. Niks komt allen tezamen. Terwijl we juist met kerst alle deuren zouden willen open zetten om samen zijn en samen vieren volop kans te geven. Om gastvrij te zijn naar wie maar wil binnen komen!

Maria en Jozef en de kleine Jezus ervoeren weinig gastvrijheid en rond de kribbe was maar heel weinig plek. Maar dat weerhield ze er niet van zelf toch gastvrij te zijn. In kleine kring toch samen zijn te vieren. Of ze in de intimiteit van die nacht zaten te wachten op die herders lijkt me zeer de vraag. Maar ze laten ze wel binnen. De herders zijn samen op weg gegaan en hebben zo samen het eerste kerstfeest gevierd.
Ze vonden het kindje in de kribbe, vonden zo Jezus. Ze zien hem, ze zijn bij hem, en dat is genoeg. In geloof zeggen we dat nog altijd tegen elkaar: dat God bij ons is en dat we daarom nooit alleen zijn. Dat we bij God horen en daarom bij elkaar. Maar dat wil niet altijd zeggen dat we het ook zo kunnen vóelen. Soms voel je je toch zó alleen en lijkt God zo vreselijk ver weg. Alsof je binnen komt in een koude lege
kerststal zonder kindje in de kribbe.


Dat doet pijn. Want uiteindelijk kan niemand het alleen. En dat is geen schande, dat is voluit mens-zijn. Wat is het fijn als er mensen zijn die jou op weg helpen of samen met je optrekken. Geen massa, maar een paar. Zoals de herders. Ze sporen elkaar aan, gaan samen op weg en dan vinden ze wat ze zoeken. Het kindje ligt in de kribbe te wachten.
Maar zou een lege kribbe in dit geval zo erg zijn geweest? Dat is maar de vraag. Er is een ander ijzersterk beeld dat nog veelzeggender is. 

 

Maria met kind

 

 Dit beeld zo kleurrijk alle aandacht vraagt. Niet Jezus in de kribbe, maar in de armen van een mensenkind, Maria. Samen. Verenigd in liefde. Zo wordt datgene gevierd waar te midden van alle kerst- en coronaperikelen alle aandacht naar uit mag blijven gaan. Iets wat we blijven geloven, al ervaren we het niet altijd. Maria en Jezus verenigd in liefde. Een ijzersterk tijdloos beeld. Een beeld dat spreekt van mensen én van God. Want zo spreekt de Heer (Jesaja 66 : 13):

Zoals een moeder haar zoon troost, zo zal Ik jullie troosten.


ds. Trijnie Bouw